Angststoornissen
- Algemene informatie
- Algemene informatie: Diagnostiek & behandeling
- Algemene informatie: Assessment
- Algemene informatie: Voor en door patiënten
- Congressen
- Literatuur: Tijdschriften
- Meetinstrumenten
- Richtlijnen
- Stoornissen specifiek: Post-traumatische stressstoornis (PTSD)
- Stoornissen specifiek: Paniekstoornis met en zonder agorafobie
- Stoornissen specifiek: Sociale Angststoornis (SAD)
- Stoornissen specifiek: Sociale Angststoornis (SAD) - Literatuur
- Stoornissen specifiek: Gegeneraliseerde angststoornis (GAD)
- Stoornissen specifiek: Obsessief-compulsieve stoornis (OCD of dwangstoornis)
- Stelling 4 ARCHIEF onder Angststoornissen (online vanaf 1/4 en 1/6/03)
Algemene informatie
top
-
Nederlands Kenniscentrum Angst en Depressie (NEDKAD) (nieuw)
Het Kenniscentrum Angst en Depressie wil bijdragen aan verbetering van de kwaliteit van de hulpverlening aan mensen met angst- en stemmingsklachten, door de bestaande kennis en deskundigheid te behouden, vergroten en verspreiden. Doelstellingen zijn kennisoverdracht aan patiënten en professionals, stimuleren en coördineren van onderzoek en de ontwikkeling van expertise m.b.t. diagnostiek, behandeling en preventie.
Deze website is ontwikkeld om vooral professionals van informatie te voorzien, maar ook patiënten en andere belangstellenden. -
Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP)
Deze site biedt informatie over Paniekstoornis en fobieën en Dwangstoornissen. Opgenomen zijn verwijzingen naar informatiefolders en boeken geschreven voor patiënten. Folders kunnen direct op de site besteld worden.
-
Anxiety Disorders Association of America (ADAA)
De site van deze Amerikaanse belangenvereniging van patienten met een angststoornis claimt de enige non-profit site te zijn waar informatie gegeven wordt over angststoornissen.
Handig voor de professional zijn het overzicht van de congressen en dat van de klinische trials die plaatsvinden in de VS (geografisch gerangschikt op staat, met een kaart erbij!).
De site heeft een indrukwekkende lijst van namen in de advisory board, inclusief Charles Nemeroff, Hirschfeld en Hollander.
Algemene informatie: Diagnostiek & behandeling
top
-
Multidisciplinaire richtlijn Angststoornissen
Overzicht van alle multidisciplinaire behandelrichtlijnen. Met actuele toevoegingen.
-
Nederlands Kenniscentrum Depressie en Angst (NEDKAD)
Het Kenniscentrum Angst en Depressie wil bijdragen aan verbetering van de kwaliteit van de hulpverlening aan mensen met angst- en stemmingsklachten, door de bestaande kennis en deskundigheid te behouden, vergroten en verspreiden. Doelstellingen zijn kennisoverdracht aan patiënten en professionals, stimuleren en coördineren van onderzoek en de ontwikkeling van expertise m.b.t. diagnostiek, behandeling en preventie.
Deze website is ontwikkeld om vooral professionals van informatie te voorzien, maar ook patiënten en andere belangstellenden. -
Vereniging voor Gedragstherapie en Cognitieve therapie (nieuw)
Patienteninformatie en adreslijst van bij de vereniging aangesloten therapeuten en hun specialisatie
-
Internet Mental Health: Disorders
Info over (1) DSM-IV of ICD10 codering en diagnostische criteria voor psychiatrische stoornissen, (2) aanbevelingen voor behandeling, (3) informatiemateriaal, (4) publicaties uit de populaire pers.
-
National Institute of Mental Health (NIMH): Anxiety Disorders
Overzicht van angststoornissen en behandelmogelijkheden. Beschrijving van alle lopend onderzoek bij het NIH. Links naar recente artikelen over angst (inclusief diermodellen).
-
Mental Help Net: Anxiety Disorders
Een goed ondersteunde Amerikaanse site met goed toegankelijke informatie middels een eigen zoekmachine.
-
Mental Help Net: Anxiety Disorders: Symptoms
Dit deel van de MHN-site biedt een beschrijving van de belangrijkste symptomen van angststoornissen.
-
Merck Manual of Diagnosis and Therapy: Anxiety Disorders
Section 15 (Psychiatric Disorders), Chapter 187 (Anxiety Disorders) omschrijft de angststoornissen, geeft diagnostische criteria en een korte beschrijving van de behandeling.
-
UCLA Anxiety Disorders Behavioral Research Program (ADBRP)
info over behandeling van allerlei vormen van therapieresistente angst en over het onderzoeksprogramma binnen de UCLA (Los Angeles, VS) en een aantal samenwerkende universiteiten.
Algemene informatie: Diagnostiek & behandeling - Zelfhulp
top
-
Angst, Dwang en Fobie (ADF) stichting
Aanrader voor patiënten (ook lotgenotencontact). Uitgebreide info, inclusief screeningsinstrument, zelfhulp, hulp bij verwijzing (ook voor second opinion).
-
Psych Web: Psychology Self-Help Resources on the Internet
Deze site biedt een uitvoerige verzameling van links naar zelfhulpliteratuur.
Algemene informatie: Assessment
top
Algemene informatie: Assessment - Algemeen
top
-
Noordelijk Centrum voor Gezondheidsvraagstukken: Overzicht handleidingen
Biedt een overzicht van een aantal te verkrijgen meetinstrumenten.
Algemene informatie: Voor en door patiënten
top
-
Stichting FobieVrienden (FVR) (nieuw)
De Stichting FobieVRienden is een organisatie die zich inzet voor mensen die lijden onder angststoornissen en depressieve stoornissen. De FVR heeft als doel om mensen die last hebben van klachten die angst en depressie betreffen te informeren over wat ze precies hebben en welke mogelijkheden er bestaan om daar wat aan te doen.
De stichting heeft een 24 uurs vragenlijn. -
Angst, Dwang & Fobie Stichting (nieuw)
Aanrader voor patiënten (ook lotgenotencontact). Uitgebreide info, inclusief screeningsinstrument, zelfhulp, hulp bij verwijzing (ook voor second opinion).
-
Anxiety Disorders Association of America (ADAA)
Van de Amerikaanse patientenvereniging. Met ook een overzicht van congressen en klinische trials in de VS.
. -
Anxiety Panic internet resource, the (tAPir)
Voor de leek, helder georganiseerd. Veel nuttige links
-
Hulpgids.nl
Nederlands, niet-commercieel.
-
Informatiecentrum Geestelijke Gezondheid (IGG)
Via deze site kunt u folders met patiënteninformatiemateriaal bestellen.
-
Psychowijzer
Een initiatief van het Nationaal Fonds Geestelijke Volksgezondheid (NFGV) en de Stichting Korrelatie. Globale informatie voor patiënten.
Congressen
top
-
International Society for Affective Disorders (nieuw)
Tweejaarlijks, relatief klein, internationaal congres van zeer goede kwaliteit.
-
International Anxiety Disorders Symposium (nieuw)
Jaarlijks congres, afwisselend te Amsterdam en Kaapstad. Bekende nationale en internationale sprekers. In mei 2009 te Amsterdam
-
Vereniging voor gedragstherapie en cognitieve therapie (nieuw)
In november jaarlijks congres. Nationale en internationale sprekers.
-
Anxiety Disorders Association of America (ADAA)
Deze Amerikaanse belangenvereniging voor patiënten met een angststoornis organiseert jaarlijks een congres waar veel toponderzoekers (psychiaters en psychologen) op het gebied van angst acte de presence geven. Het congres is nationaal en relatief klein. .
-
Association of Behavioral and Cognitive Therapies (ABCT)
Op het jaarlijkse congres van deze Amerikaanse pendant van de Nederlandse Vereniging voor Cognitieve Gedragstherapie (VCGt) is van oudsher veel aandacht voor onderzoek naar angststoornissen.
Literatuur: Tijdschriften
top
Literatuur: Tijdschriften - Algemeen
top
-
Journal of Affective Disorders
In dit tijdschrift vindt u regelmatig artikelen over angststoornissen.
-
Journal of Clinical Psychiatry, The (JCP)
Het JCP vult geregeld supplementen die specifiek gewijd zijn aan de angststoornissen.
-
Algemene psychiatrische tijdschriften
Naast de algemene psychiatrische tijdschriften, zoals de Archives of General Psychiatry, het American Journal of Psychiatry, het British Journal of Psychiatry en de Acta Psychiatrica Scandinavica (deze tijdschriften vindt u achter deze link), is er ook een aantal tijdschriften specifiek gewijd aan angststoornissen. Links naar deze tijdschriften vindt u hieronder, onder het kopje Specifiek.
Literatuur: Tijdschriften - Specifiek
top
-
Anxiety, Stress and Coping
Een Europees blad waarin af en toe leuke klinisch relevante artikelen staan.
-
Depression and Anxiety
In dit tweelingblad (er is een depressie- en een angstversie) worden aardige artikelen gepubliceerd over angststoornissen: onderzoek en ook klinische verhalen.
-
Journal of Anxiety Disorders
Zoals de titel aan aangeeft, is dit tijdschrift uitsluitend gewijd aan angststoornissen. Er komt vooral onderzoek aan bod.
Literatuur: Tijdschriften - Klinische psychologie
top
-
Behavior Research and Therapy
Dit tijdschrift uit de klinische psychologie-hoek wordt ook wel Rachman’s tijdschrift genoemd, naar de beroemde hoofdredacteur. Het is een goed blad voor (cognitieve) gedragstherapeutische studies naar behandeling van angststoornissen.
-
Journal of Behavior Therapy and Experimental Psychiatry
Dit tijdschrift, gestart door Joseph Wolpe, de aartsvader van exposure therapie, staat sinds kort onder Nederlands redacteurschap. De laatste jaren zakte het niveau van het tijdschrift wat in, maar met de nieuwe redactie belooft het weer goed komen met dit tijdschrift.
-
Journal of Consulting and Clinical Psychology
Een mooi tijdschrift van de American Psychological Association (APA) waarin met regelmaat belangwekkende therapie-uitkomststudies verschijnen van zowel psychotherapeutische als medicamenteuze behandelingen. Ook is het volgens de APA dé bron voor richtlijnen en overzichten van evidence based behandelingen voor angststoornissen.
Meetinstrumenten
top
-
Agoraphobic Cognitions Questionnaire (ACQ)
Onder Aandachtsgebieden > Meetinstrumenten vindt u de instructies voor het gebruik van de ACQ en de vragenlijst zelf. Beide bestanden zijn beschikbaar als PDF en zijn met behulp Acrobat Reader te downloaden en desgewenst uit te printen.
-
Body Sensations Questionnaire (BSQ)
Onder Aandachtsgebieden > Meetinstrumenten vindt u de instructies voor het gebruik van de BSQ en de vragenlijst zelf. Beide bestanden zijn beschikbaar als PDF en zijn met behulp Acrobat Reader te downloaden en desgewenst uit te printen.
-
Mood and Anxiety Symptom Questionnaire (MASQ)
Onder Aandachtsgebieden > Meetinstrumenten vindt u de instructies voor het gebruik van de MASQ en de vragenlijst zelf. Beide bestanden zijn beschikbaar als PDF en zijn met behulp Acrobat Reader te downloaden en desgewenst uit te printen.
-
Mobility Inventory (MI)
Onder Aandachtsgebieden > Meetinstrumenten vindt u de instructies voor het gebruik van de MI en de vragenlijst zelf. Beide bestanden zijn beschikbaar als PDF en zijn met behulp Acrobat Reader te downloaden en desgewenst uit te printen.
Richtlijnen
top
-
Expert Consensus Guideline Series, The: Treatment of Obsessive-Compulsive Disorder (OCD)
Deze guideline over OCD is vanuit het NIMH via expert panels opgesteld. Een heel uitgebreide link, die ook artikelen, tekstboeken en meer gespecialiseerde links bevat.
-
Expert Consensus Guideline Series, The: Treatment of Posttraumatic Stress Disorder (PTSD)
Deze guideline over PTSD is vanuit het NIMH via expert panels opgesteld. Een heel uitgebreide link, die ook artikelen, tekstboeken en meer gespecialiseerde links bevat.
-
GGZ-richtlijnen: Multidisciplinaire richtlijn Angststoornissen
Deze link verwijst naar de in 2003 gereedgekomen richtlijnen voor de behandeling van angststoornissen. Deze richtlijnen zijn geformuleerd in opdracht van het Ministerie van VWS.
De multidisciplinaire commissie die hem opstelde, bestond onder meer uit psychiaters, klinisch psychologen, huisartsen, verpleegkundigen en patiënten belangenbehartigers.
Onder de link vind je een PDF-file die je direct kunt downloaden en uitprinten.
Omdat het een omvangrijk document is (meer dan 260 pagina’s), lijkt het raadzaam om voor het uitprinten een selectie te maken van interessegebieden.
Stoornissen specifiek: Post-traumatische stressstoornis (PTSD)
top
-
Expert Consensus Guideline Series, The: Treatment of Posttraumatic Stress Disorder (PTSD)
Deze guideline over PTSD is vanuit het NIMH via expert panels opgesteld. Een heel uitgebreide link, die ook artikelen, tekstboeken en meer gespecialiseerde links bevat.
Stoornissen specifiek: Post-traumatische stressstoornis (PTSD) - Specifiek
top
-
David Baldwin's Trauma Information Pages
Een zeer informatieve site over trauma en PTSD. David Baldwin, psycholoog/psychotherapeut uit Oregon, is supervisor van de site. De site wordt maandelijks bijgehouden, en bevat een overzicht over soorten trauma, trauma-artikelen en online databases. Verder bevat het informatie over algemene steun, boeken en over David Baldwin himself.
Wat de online databases betreft, is de PILOTS database het vermelden waard (zie hieronder, onder Literatuur).
Stoornissen specifiek: Post-traumatische stressstoornis (PTSD) - Literatuur
top
-
National Center for PTSD
De site van deze Amerikaanse organisatie biedt veel informatie over onderzoek naar PTSS en de behandeling van de aandoening.
-
PILOTS database, The: PTSS-literatuur
Database van het National Center for PTSD om wereldwijd traumatische-stressliteratuur op te sporen. In de PILOTS zitten zo'n 22.000 artikelen over PTSD.
Stoornissen specifiek: Paniekstoornis met en zonder agorafobie
top
Stoornissen specifiek: Paniekstoornis met en zonder agorafobie - Specifiek
top
-
American Psychiatric Association (APA): Panic Disorder
Informatie van de APA over de behandeling van paniekstoornis.
Stoornissen specifiek: Sociale Angststoornis (SAD)
top
-
Social Phobia/Social Anxiety Disorders
Bruikbare Amerikaanse site met veel links naar relevante informatie
Stoornissen specifiek: Sociale Angststoornis (SAD) - Literatuur
top
Stoornissen specifiek: Gegeneraliseerde angststoornis (GAD)
top
Stoornissen specifiek: Gegeneraliseerde angststoornis (GAD) - Literatuur
top
Stoornissen specifiek: Obsessief-compulsieve stoornis (OCD of dwangstoornis)
top
-
Expert Consensus Guideline Series, The: Treatment of Obsessive-Compulsive Disorder (OCD)
Deze guideline over OCD is vanuit het NIMH via expert panels opgesteld. Een heel uitgebreide link, die ook artikelen, tekstboeken en meer gespecialiseerde links bevat.
Stoornissen specifiek: Obsessief-compulsieve stoornis (OCD of dwangstoornis) - Algemeen
top
-
OCD vriendenkring
Vereniging voor patienten met OCS
-
Obsessive Compulsive Foundation (OCF)
Een site voor het algemene publiek. Een sterke kant van deze site is dat het een goede ontsluiting biedt van literatuur over OCD.
Stoornissen specifiek: Obsessief-compulsieve stoornis (OCD of dwangstoornis) - Specifiek
top
Stelling 4 ARCHIEF onder Angststoornissen (online vanaf 1/4 en 1/6/03)
top
Lees de reacties, de toelichting en het commentaar en reageer zelf ook!
Daniëlle Cath, redacteur van deze rubriek, poneerde begin april 2003 de vierde Psychiatrienet-stelling. Deze luidt als volgt:
Uit gedragsgenetisch onderzoek blijkt dat verschillen tussen mensen met name door genetische en individu-specifieke factoren worden verklaard.
Psychiater en patiënt verspillen dus hun tijd wanneer zij zich in de behandeling bezighouden met gezinsfactoren tijdens de opvoeding.
Hieronder vindt u: de reacties van bezoekers van Psychiatrienet.nl op deze stelling, de toelichting van Daniëlle Cath op haar stelling en haar commentaar op de ingezonden meningen.
U kunt overigens nog steeds op de stelling reageren. Klikt u dan hier voor uw reactie en vermeld 'reactie op stelling 4'.
Uw reactie wordt z.s.m. hieronder gepubliceerd. De redactie behoudt zich het recht voor inzendingen in te korten en/of te redigeren.
REACTIES VAN BEZOEKERS
Woensdag 16 april 2003, 20:23 uur
De stelling veronderstelt dat het niet de moeite waard is te investeren in achterliggende factoren, omdat deze niet te beïnvloeden zijn.
Vanuit welke hoek je de aandacht ook richt op de jou toevertrouwde cliënt, ontkomen aan het familiesysteem is onmogelijk. Je zou daarmee ook onrecht doen aan de vaak complexe achtergrond.
Tijdens en na de behandeling blijft de band met de familie toch bestaan. Zelfs King Lear uit het gelijknamige Shakespearedrama, ontkwam niet aan de onverbrekelijke band tussen ouders en kind.
De International Council of Nurses (ICN) heeft hieraan - ter gelegenheid van de International Nurses’ Day 2002 - een bijzonder thema besteed. Het lijkt me de moeite waard daarvan notitie te nemen.
Vergeet ook dit jaar op 12 mei de Verpleegkundigen niet op de dag van de Verpleging.
Ber Oomen, verpleegkundige
Dinsdag 8 april 2003, 9:15 uur
Een merkwaardige stelling. Niet waar er staat dat de verschillen tussen mensen met name door genetische en individu-specifieke factoren bepaald worden, maar wel wanneer daar met een schijn van logica aan gekoppeld wordt dat het dus geen zin heeft aandacht te besteden aan de gezins(opvoedings-)situatie.
Alsof uw patiënt niet tevens partner en ouder is, en kind of broer of zus. Je abstraheert wel heel erg van de werkelijkheid als je je patiënt zo los maakt van al waar hij of zij zo mee verknoopt is.
Als vertrouwensarts inzake kindermishandeling heb ik altijd vier hoofdstukken te bestuderen in mijn onderzoek naar aanleiding van een melding van een vermoeden van kindermishandeling, afgesloten met een laatste vijfde hoofdstuk: risicotaxatie, die een beschrijving van de risico's, een recidiefkansbepaling en een risicohantering inhoudt.
Die eerste vier hoofdstukken zijn: (1) de persoon(lijkheden) van de ouders en hun onderlinge relatie, (2) de ouder-kindrelatie, (3) het systeem (over meerdere generaties) en zijn contextuele inbedding, (4) bio-psycho-sociale status en ontwikkeling van het kind (de kinderen).
Al te vaak maak ik daarbij mee dat collega's die ik consulteer tijdens dat onderzoek, weinig meer weten van hun patiënten dan de klacht(geschiedenis) waarmee de patiënt zich meldde.
Waarom niet ons eigen professioneel-deskundige oordeel vormen zoals we het geleerd hebben volgens onze vakmethodiek; de klacht, het symptoom is niet meer dan de aanleiding.
Zo is kindermishandeling een symptoom van gezinspathologie. Onze academische opleiding is toch niet voor niets geweest.
'Klachtgericht werken' betekent toch niet dat we niet verder kijken dan de klacht en 'klant is koning' is toch meer een kreet uit de politiek en commercie dan uit de vakinhoudelijkheid van de dokter.
Een mens is geen mens als hij niet verknoopt is met anderen en als er nog sprake is van een gezin of familie, dan is die contextuele verknoping van wezenlijk belang als vader/moeder, kind of broer/zus. Daaraan voorbij kijken is in de regel methodisch onverantwoord.
P.M. Pollmann
Maandag 7 april 2003, 15:59 uur
Het eerste deel van de stelling geeft een door wetenschappelijk onderzoek verworven antwoord op de vraag: "Op grond van welke factoren kunnen verschillen tussen mensen worden verklaard?" Uit het onderzoek blijkt dat verschillen met name door genetische en individu-specifieke factoren worden verklaard.
Tegen dit deel van de stelling valt niet veel in te brengen en zie ik dan ook meer als een constatering die is gebaseerd op de uitkomsten van gedragsgenetisch onderzoek.
De ‘prikkel’ van de stelling bevindt zich volgens mij dan ook meer in het tweede deel van de stelling, met name waar door het woordje ‘dus’ in de eerste regel daarvan een rechtstreeks verband wordt gelegd tussen de uitkomst van het onderzoek en de verspilling van tijd wanneer tijdens de behandeling aandacht is voor gezinsfactoren tijdens de opvoeding.
Op de eerste plaats lijkt mij dat het puur aanwezig zijn van verschillen tussen mensen niet de reden is om psychiatrische hulp te zoeken. Iets wat ik slechts heb kunnen bedenken, is dat met de verschillen genoemd in het eerste deel van de stelling bedoeld wordt, dat de verschillen bestaan uit enerzijds mensen die wel en anderzijds mensen die geen psychiatrische hulp behoeven. Maar omdat ik dat niet lees, ga ik uit van de letterlijke weergave van het woord ‘verschillen’.
Op de tweede plaats blijkt uit het onderzoek dat de betreffende verschillen met name door genetische en individu-specifieke factoren worden verklaard. Dit betekent dat de verschillen niet uitsluitend daardoor worden verklaard. Er zal dus altijd rekening moeten worden gehouden met andere factoren, waaronder gezinsfactoren tijdens de opvoeding.
Het risico van onjuiste of onvolledige diagnose is mijns inziens te groot wanneer aan deze factoren structureel voorbij wordt gegaan. Pas dan is sprake van verspilling van tijd en een mogelijk ongewenst verbreken van hulpverleningscontacten.
Daarbij speelt mee dat voor het afnemen van een diepgaande anamnese het zowel in het belang van de patiënt als ook van de hulpverlener is, om over zoveel mogelijk informatie te beschikken.
Blijkt dit in een specifieke situatie niet noodzakelijk, dan kan dit achterwege worden gelaten. Het lijkt mij te risicovol om, zoals hier gesteld, gezinsfactoren tijdens de opvoeding per definitie niet in de behandeling te betrekken.
Hans Oud
Maandag 7 april 2003, 8:32 uur
Hier zien we dus weer een voorbeeld van hoe het zogenaamd 'evidence based' denken de psychiatrie reduceert van een zeer boeiend vak tot een zijtakje van de genetica.
Gelukkig leerde ik vroeger tijdens de biologielessen het simpele rekensommetje: fenotype = genotype + milieu.
Daarom blijf ik mij met veel plezier verdiepen in de voorgeschiedenis van de patiënt, met daarbij de vraag in gedachten: "Hoe is het nou zo gekomen?" Beantwoording van deze vraag geeft ook meer houvast aan de volgende vraag: "En wat kunnen we eraan gaan veranderen?"
Daarmee wil ik niet zeggen dat SSRI's voor mij taboe zijn bij angststoornissen, maar ik blijf toch graag het driesporenbeleid van de psycho-bio-sociale psychiatrie volgen.
Ridder Dijkshoorn, psychiater
GGZ Noordholland noord
TOELICHTING OP DE STELLING EN COMMENTAAR VAN DANIËLLE CATH OP DE INGEZONDEN MENINGEN
Dank voor de uitvoerige reacties op de door mij geponeerde stelling. De reacties kwamen recht uit de harten van de collega's, en dat is van groot belang. Een goede stimulans voor een reactie van mijn kant.
Natuurlijk zijn bevindingen uit epidemiologisch onderzoek niet zo maar in te passen in de behandeling van de individuele patiënt. Maar het is belangrijk om kwalitatief goed onderzoek niet te negeren, ook al komt het niet direct in onze kraam te pas omdat resultaten haaks staan op de dagelijkse behandelroutine.
Uit zeer omvangrijk tweelingonderzoek naar angst en depressie komt immers naar voren dat, wanneer de verschillen in angst en depressie, althans bij volwassenen, worden onderzocht, deze geheel verklaard worden vanuit enerzijds genetische verschillen, anderzijds vanuit verschillen in individu-specifieke factoren.
Hoe worden dit soort data verkregen? Met behulp van "modelfitting": verschillende modellen worden getoetst, en het best passende model wordt gekozen. Daarbij wordt gekeken naar genetische factoren, en naar twee soorten omgevingsfactoren, namelijk:
(1) die omgeving die door één-, respectievelijk twee-eiige tweelingen, of broers en zusters gedeeld wordt; waarvan uitgegaan wordt dat zij gelijk is voor kinderen binnen een gezin, en
(2) individu-specifieke omgevingsfactoren. Gedeelde omgeving omvat over het algemeen het gezin van herkomst, individu-specifieke omgeving, namelijk die omgevingsinvloeden die alleen het ene gezinslid meemaakt en het andere niet (bijvoorbeeld speciale vriendschappen, factoren in de klas).
Het is opmerkelijk dat het gezin van herkomst er niet toe lijkt te doen als het gaat om de verschillen in angst en depressie tussen mensen.
Deze bevinding geldt niet voor alle eigenschappen tussen mensen. IQ, bijvoorbeeld, staat voor het grootste gedeelte puur onder genetische invloed.
Verder lijkt deze bevinding mede af te hangen van de leeftijd waarop personen worden onderzocht. In het algemeen geldt dat de gezinsinvloed afneemt met de tijd / met toename van de leeftijd van de persoon. Mate van gehechtheid, bijvoorbeeld, (waarschijnlijk van groot belang voor een goede emotionele ontwikkeling), wanneer onderzocht bij kleine kinderen, staat onder belangrijke invloed van gezinsfactoren. In hoeverre deze invloed van gezinsachtergrond nog terug te vinden is bij gehechtheid in volwassenen is onduidelijker.
Ik had van de kant van de lezer van deze stelling kritische vragen verwacht over wat gedeelde omgeving inhoudt: bestaat er wel een gedeelde omgeving? Is de gezinsachtergrond eigenlijk wel gelijk voor broers en zusters binnen een gezin? Gaan ouders niet verschillend om met hun verschillende kinderen? Roepen de individuele gezinsleden op basis van hun individuele genetische make-up niet verschillende reacties in elkaar op?
Mijn stelling was in de eerste plaats ingegeven door onderzoek bij volwassenen. Tijdens behandeling van deze volwassenen wordt de invloed vanuit het gezin van herkomst er bijgehaald, ófwel om aan de patiënten een bevredigende verklaring te geven voor hun problemen, ófwel om - in inzichtgevende behandelingen - een gunstig effect te verkrijgen op de problemen zelf.
Ten aanzien van het eerste: er is Duits onderzoek geweest, waarbij op grond van het individuele levensverhaal van iedere patiënt een verklaringsmodel werd opgesteld voor hun problemen, waarin gezinsfactoren uitgebreid aan de orde kwamen.
Wat deden de onderzoekers vervolgens? De verschillende verklaringsmodellen die op grond van de individuele geschiedenissen waren opgesteld werden -natuurlijk in algemene termen geformuleerd - aan andere patiënten voorgelegd dan aan degenen over wie het ging. Het resultaat was dat:
(1) de patiënten tevreden waren over de aan hen gegeven uitleg, en
(2) dit stuivertje wisselen in levensgeschiedenissen geen enkel effect had op de uitkomst van de behandeling.
Wat zou dit kunnen betekenen?
Ten eerste dat al die hele specifieke levensgeschiedenissen misschien wel niet zo specifiek zijn als we telkens denken, ten tweede dat ze misschien überhaupt geen doorslaggevende rol spelen in de behandeling.
Is het misschien belangrijker dat een patiënt een verklaring te horen krijgt die hij geloofwaardig vindt, en waarin hij zich serieus genomen voelt dan dat er zo specifiek op die gezinsachtergrond ingegaan wordt?
Trouwens, inzichtgevende therapieën hebben geen grote staat van dienst wat betreft hun effectiviteit in de behandeling van angst en depressie. Cognitieve gedragstherapie en Interpersoonlijke psychotherapie zijn veruit te prefereren.
Voor kinderen is het gezin van herkomst natuurlijk meer van belang; dat je bij kindermishandeling naar gezinsfactoren kijkt lijkt me een open deur. Maar ook daar geldt: met toename van de leeftijd neemt die invloed af. Pubers, bijvoorbeeld, ondergaan veel invloed van hun peergroup. Er is bijvoorbeeld een duidelijke relatie gevonden tussen pesterijen op school en het later ontwikkelen van sociale fobie.
Laten we ons in behandelingen niet blind staren op invloeden vanuit het gezin van herkomst, maar vooral ook bestuderen welke factoren in het hier en nu bij de patiënt - als vriend, partner of ouder - in de relaties die hij er op dit moment al dan niet op nahoudt spelen.
Zoals een van de critici schreef: de mens is verknoopt met zijn omgeving, maar de relaties tussen mensen en eventuele daaruit voortvloeiende psychopathologie worden - zeker bij volwassenen - niet alleen gevormd vanuit de gezinsachtergrond, maar ook vanuit de huidige peergroup.
Mijn stelling is dan ook een hartenkreet om zo te werken, dat in de eerste plaats de relaties in het hier en nu onder de loep genomen worden. En wanneer een volwassen patiënt erg bezig blijft met het gezin van herkomst lijkt het zinvoller zich als hulpverlener af te vragen wat daar de reden voor is, in plaats van daar maar als vanzelfsprekend in mee te gaan; is er bijvoorbeeld geen peergroup opgebouwd? Hoe komt dat? Is dat niet het voornaamste probleem? En, tenslotte, hoe kom je er echt achter wat er aan de hand was? Hoeveel psychiaters nemen een hetero-anamnese af bij een broer of zus over het gezin van herkomst voordat zij hun beeld vormen? Wanneer u dat niet doet, hoe weet u dan in hoeverre de biografie bij de patiënt gekleurd is door zijn interpretatie?
Tenslotte, in antwoord op collega Dijkshoorn: ik zou zeggen: ga door met het uitpluizen van "hoe het zo gekomen is". Als u dan ook maar veel aandacht besteedt aan andere factoren dan het gezin van herkomst; wat voor vriendjes had uw patiënt bijvoorbeeld? Welke voor hem specifieke life-events waren er? Wat zijn genetische factoren? Wanneer u aan die aspecten te weinig aandacht besteedt heeft u een probleem in uw behandeling. Is een effectieve psychotherapie immers niet in wezen een vorm van gunstige gen-omgevingsinteractie?
Daniëlle Cath, 29 mei 2003
Wilt u reageren? Klik dan hier en laat ons uw mening weten!
Eerdere stellingen gemist? Klik hier voor het overzicht van alle eerder geponeerde stellingen.
De huidige stelling vindt u op de homepage, onder Nieuw(s).