Psychiatrienet.nl

een onafhankelijke selectie van de belangrijkste sites door psychiaters

Forensische psychiatrie



Algemeen beleidtop


Beroepsverenigingentop


Diagnostiek en risicotaxatietop


Evaluatiestop


Informatieve sitestop


Tijdschriftentop


Nieuwe publicatiestop


Victimologietop


Stelling 10 (juni juli 2004) Hjalmar van Marletop

Reageer nu op de juni/juli-stelling

Prof. dr. H.J.C. van Marle, redacteur van de rubriek Forensische psychiatrie, poneerde de volgende stelling:


Met risicotaxatie-instrumenten als de Psychopathy Checklist Revised (PCL-R), de Violence Risk Assessment Guide (VRAG) en de Historical Clinal and Risk assessment guide (HCR-20) is het mogelijk bij psychiatrische patiënten het risico in te schatten van gevaarlijk gedrag jegens derden.

Deze instrumenten moeten ook bij ambulante psychiatrische patiënten worden gebruikt wanneer zij gezien worden in acute situaties en bij crisisplaatsingen.

Vanwege de maatschappelijke verantwoordelijkheid gevaar te voorkomen mag tijdsgebrek nooit als argument wordt gebruikt om deze instrumenten niet in te zetten.


U wordt van harte uitgenodigd om op deze stelling te reageren. Klikt u hier voor uw reactie, en vermeld reactie op stelling 10.


Eind juli zal prof. dr. H.J.C. van Marle zijn stelling toelichten en reageren op de door u ingezonden meningen.


Uw reactie wordt z.s.m. hieronder gepubliceerd.
De redactie behoudt zich het recht voor inzendingen in te korten en/of te redigeren.


REACTIES VAN BEZOEKERS
Zaterdag 12 juni 2004
Professor Van Marle komt met een stelling die de politiek goed uitkomt. Het is alleen jammer dat de Nederlandse psychiatrie de pretenties die hiermee samenhangen niet waar kan maken. Hierdoor zullen de gewone psychiaters bij de volgende geweldsdelicten door de media nog meer de rol van de gebeten hond toebedeeld krijgen. Zeker die psychiaters die de dader kort daarvoor tijdens de crisisdienst gezien hebben, zonder daarbij een risicotaxatie-instrument gebruikt te hebben.

Het eerste bezwaar is dat van de praktische uitvoerbaarheid.
De stelling veronderstelt dat er overal Nederlandstalige, voor Nederland gevalideerde schalen, met bijpassende cut-off points, beschikbaar zouden zijn. Bij wijze van spreken in alle crisiskoffers van alle acute diensten in het hele land. Dat is niet het geval.

In de tweede plaats is er de voorspellende validiteit van deze risicotaxatietests in de Nederlandse ambulante praktijk.
De voorgestelde tests werden ontwikkeld in klinieken in de Verenigde Staten, waar de base-rate voor agressie veel groter is dan bij de Nederlandse ambulante patiënten. Er kan verwacht worden dat een groot deel van de crisispatiënten, die nu zonder risicotaxatietest vanuit de crisisdienst terecht niet opgenomen worden, een vals positief resultaat op de risicotaxatietest zullen krijgen. Wat moeten we voortaan doen met deze mensen?

Een derde bezwaar is dat de behandelmethoden die we, aansluitend op de beoordeling met de risicotest, ter beschikking hebben niet zo effectief zijn.
Wat kunnen we doen? Alle patiënten met een positieve test pillen geven (welke?) of desnoods allemaal gedwongen laten opnemen? Helpt dat? En voor hoe lang? Tot alle risicotests weer ‘op groen’ staan? Dit brengt me op het laatste bezwaar. De meeste risicotaxatietests zijn niet reactief omdat ze voor een groot deel bestaan uit een opsomming van risicofactoren die in het verleden liggen of die anderszins onveranderbaar zijn (bijvoorbeeld: seksueel misbruik in verleden of antisociale persoonlijkheid). Deze risicofactoren kunnen tijdens de opname of de behandeling niet meer verbeteren. Mogen de klinische psychiaters hun patiënten wel ontslaan bij wie de risicotaxatietests nog steeds ‘op rood’ staan?Samenvattend.
Er moet geen verplichting bestaan om de risicotaxatietests in de ambulante praktijk te gebruiken. Niet omdat er geen tijd voor zou zijn, maar omdat deze tests niet voldoen om het geweld in de samenleving te voorkomen.
Pieter Vlaminck, psychiater Mediant Enschede

Vrijdag 4 juni 2004
Risicotaxatie-instrumenten (niet de PCL-R) kunnen uitstekend dienen als toegevoegd hulpmiddel bij een klinische beoordeling van de kans op recidive.
Vooral dit laatste dreigt ondergesneeuwd te raken in de hang naar cijfers en cut off points (de zwakte van elk instrument).
Er zou echter ook moeten worden gediscussieerd over de vraag welke psychiaters zich forensisch expert zouden mogen noemen.
Overigens is nog geen enkel risicotaxatie-instrument voor de Nederlandse populatie gevalideerd!
drs. M.A. Westerborg