Psychiatrienet.nl

een onafhankelijke selectie van de belangrijkste sites door psychiaters

Beleidspsychiatrie en Kwaliteitszorg



Wat is beleidspsychiatrie?top

Beleidspsychiatrie is een hulpwetenschap in de psychiatrie die zich in de eerste plaats richt op onderzoek naar en onderwijs in het beleidsmatig functioneren van psychiaters, individueel of in samenwerking met patiënten, andere hulpverleners, leidinggevenden op instellings-, regionaal en overheidsniveau.

In de tweede plaats is het een hulpwetenschap in de psychiatrie die vooral in beleidsmatige en organisatorische zin instellingen bestudeert, waarin psychiaters werkzaam zijn.

Uitgangspunten ten aanzien van de beide genoemde onderdelen zijn het maken en het realiseren van behandelbeleid, samen met patiënten en hulpverleners.


Waarom beleidspsychiatrie?top

De psychiatrie en de geestelijke gezondheidszorg zijn volop in beweging: er zijn vele, ingrijpende en langdurige veranderingen in de structuur en de financiering, er zijn forse bezuinigingen, er is sprake van vorming van zorgprogramma’s en regionale centra voor geestelijke gezondheidszorg. Al enkele decennia is er sprake van steeds omvangrijkere fusies.

Voor psychiaters kost het vaak moeite om zich de rollen en vaardigheden eigen te maken, vooral als het gaat om beleidsmatige vraagstukken die zich voordoen in organisaties, teams en commissies, met name als veranderingen voorbereid worden of plaatsvinden. 'Verandermoeheid'  maar ook demotie, conflikten en burnout zijn niet zelden hun deel.

De beleidspsychiatrie draagt eraan bij hun meer zicht en greep te krijgen op de voornoemde processen vanuit de psychiater gezien.


Wat is beleid?top

Beleid is een verzameling van doelen die op korte of langere termijn moeten worden gerealiseerd. De volgende vier samenhangende onderdelen zijn daarbij van belang:

1. Beleidsvoorbereiding: het beschrijven van doelen en de weg waarlangs deze bereikt kunnen worden.

2. Besluitvorming: het langs een procedurele weg tot stand komen van het vaststellen van die doelen.

3. Beleidsrealisatie(of implementatie): het in de praktijk tot uitvoer brengen van de geformuleerde en vastgelegde doelen.

4. Beleidsevaluatie: het toetsen van de procedurestappen met als kernvraag: zijn de beoogde doelen bereikt?

Beleid maakt meestal deel uit van een cyclisch proces: het beleidsproces. Daarin zijn de bovenstaande onderdelen op cyclische wijze verbonden: na 4, de evaluatie, kan weer naar een van de voorgaande onderdelen worden gegaan om het beleid bij te stellen (indien nodig; en meestal is dat het geval).


Welke soorten beleid worden onderscheiden?top

Psychiaters werken in organisaties meestal als vakinhoudelijk leidinggevenden in behandelteams met een directe relatie tot patiënten: we noemen dat de primaire behandel-beleidsniveaus (operationele en tactische niveaus). Zij geven dan leiding aan het behandelproces (primair proces).  

Psychiaters vervullen binnen en buiten organisaties ook andere rollen en functioneren daar op de strategische, institutionele, regionale, provinciale en landelijke beleidsniveaus.


Wat is een beleidsplantop

Een beleidsplan is een

1 richtinggevende notitie waarin

2 aangegeven wordt vanuit welke visie er naar de situatie gekeken wordt

3 wat de sterke en zwakke punten daarin zijn (een SWOT analyse)

4 welke externe actoren en factoren de situatie beïnvloeden en welke de belangrijkste zijn. De gevolgen van hun invloeden zijn aangegeven

5 welke interne actoren en factoren de situatie beïnvloeden en welke de belangrijkste zijn. De gevolgen van hun invloeden zijn aangegeven

6 welk totaalbeeld de synthese oproept van visie, invloeden van externe en interne actoren en factoren op de sterke en zwakker punten van de situatie

7 welke aspecten van die synthese het noodzakelijk maken te veranderen,

8 welke nieuwe elementen moeten worden toegevoegd,

9 welke prioriteiten moeten worden gesteld, welke keuzen moeten worden gemaakt

10 tot welke doelen de gemaakte keuzen moete leiden

11 waarin een fasering of stappenplan wordt aangegeven met SMART*- geformuleerde doelen en evaluatietermijnen.


*Werken met SMART

Werken met SMART is een methode om op een resultaatgerichte manier doelen en afspraken te formuleren. Door te werken met SMART-doelen voorkomt je vaagheid, misverstanden, interpretatieverschillen en uitstel. Zo werk je gestructureerd en weloverwogen naar concrete resultaten toe.


SMART is een afkorting die staat voor:
* Specifiek
* Meetbaar
* Acceptabel
* Realistisch
* Tijdgebonden

Een goed behandel- of beleidsplan mondt uit in meetbare en haalbare doelstellingen. Ook als het gaat om jaarplannen, adviezen, ICT-plannen of beleidsplannen: ze worden uiteindelijk beoordeeld op het criterium of de doelstellingen worden of zijn gehaald.

SMART-doelen zijn zinvol in schriftelijke plannen, maar ook in vergaderingen, discussies en projectgroepen, overal waar mensen in samenwerking bepaalde doelen willen bereiken.

 


Wat is een beleidspsychiater?top

Hoewel hier ten lande de term 'beleidspsychiater' regelmatig opduikt, is een definitie van 'beleidspsychiater' niet goed te geven. In de diverse functies en rollen van psychiaters spelen beleidsaspecten immers altijd wel een rol. Zo is een behandelplan een beleidsplan voor een individuele patient. Bedoeld met 'beleidspsychiater' wordt meestal een psychiater die een beleidsfunctie heeft op het niveau van een groep patienten, een zorgprogramma, een afdeling, een team, een ander (groter) organisatie-onderdeel of de hele organisatie. Afdelingspsychiaters, clusterpsychiaters, divisiepsychiaters, opleiders van aios, 1e geneeskundigen, directeuren-psychiaters: zij zijn alle beleidspsychiaters. Zij hebben immers beleidstaken. Die beleidstaken zijn meestal beschreven in de functiebeschrijving. Een functiebeschrijving maakt deel uit van het arbeidscontract: in het arbeidscontract wordt ernaar verwezen.

Een functie bestaat uit taken en verantwoordelijkheden inclusief de daarbij behorende bevoegdheden.

Helaas ontbreekt een adequate functiebeschrijving nogal eens. Dan moet er daarover meer duidelijkheid worden gevraagd en gegeven.


Psychiater en 'eind-' verantwoordelijkheidtop

Psychiaters diagnosticeren, adviseren en behandelen patienten in werksituaties mits zij daarin patientverantwoordelijk hebben (op grond van de wet BIG) en mits zij die verantwoordlijkheid ook kunnen waarmaken. Dat betekent:

1. weten voor welke patienten de psychiater verantwoordelijk is (professioneel statuut)

2. zelf de patient gezien en onderzocht hebben

3. op het juiste moment over voldoende informatie uit het primaire proces kunnen beschikken om dat in goede banen te kunnen leiden. Meestal inplicert dit

4. structureel en regelmatig overleg met de andere behandelaars die bij de patient zijn betrokken

5. de bevoegdheden hebben om de behandeling (mede) uit te voeren en / of bij te stellen.

Dat andere behandelaars (artsen, al dan niet in opleiding tot psychiater, psychologen, verpleegkundigen) die rond de patient samenwerken met de psychiater ook een BIG-verantwoordelijkheid hebben ontslaat de psychiater nooit van de eigen BIG verantwoordelijkheid. Tegenstrijdigheden in het primaire proces tussende psychiater en andere BIG verantwoordelijke behandelaars moeten dus altijd worden opgelost. Het begrip 'eindverantwoordelijkheid' kan in het primaire proces verwarrend en vertroebelend werken, c.q. toedekken dat de psychiater weliswaar verantwoordelijk is voor de patient maar onvoldoende in staat is om te kunnen oordelen over het al dan niet juiste beloop van dat proces of tijdig te kunnen intervenieren indien dat proces ongewenst verloopt. Zowel vanuit het oogpunt van kwaliteit maar ook tuchtrechterlijk gezien is het standpunt 'ik was wel -eind- verantwoordelijk maar ten tijde van het incident -nog-  niet geinformeerd over wat er aan de hand was met de patient' meestal onhoudbaar. De psychiater wordt in de voorkomende jurisprudentie verantwoordelijk gehouden voor het tijdig en volledig verkrijgen en beoordelen van informatie van anderen over de diagnostiek en behandeling van patienten in zijn of haar case-load. Het is daarom goed dat psychiaters exact weten welke patienten tot hun case-load behoren. En dat organisties goed vastleggen hoe de verantwoordlijkheden geregeld zijn voor alle patienten die ingeschreven zijn in die organisatie. Een professineel statuut kan daarin een belangrijk instrument zijn. De wet BIG maakt het immers mogelijk in de behandelverantwoordelijkheid differentiatie te brengen. Functiedifferentiatie vereist eveneens een nadere bezinning op dit onderwerp. Andere BIG beroepsbeoefenaren kunnen -ook volledig- verantwoordelijk zijn voor patienten zonder dat deze ook tot de case-load van een psychiater behoren (de psychiater is dan geheel niet verantwoordelijk voor deze patienten). Nogmaals: dan moet dit goed vastgelegd zijn er potientiele misverstanden snel worden opgelost bijvoorbeeld door een scrhriftelijke stellingname op organisatieniveau (b.v. een professioneel statuut).


Wat is de relatie tussen beleidspsychiatrie en management?top

Beleidspsychiatrie en management zijn geen synonieme begrippen.

Beleidspsychiatrie houdt zich bezig met het 'management van de zorg': die aspecten van het management die in directe relatie staan tot de patiëntenzorg: het primaire proces, behandelplanning, zorgprogrammering, de behandelorganisatie, de kwaliteit van de zorg,

Het begrip 'management' omvat veel méér, namelijk o.a. de financiële, personele, materiële, organisatorische, representatieve, promotionele, diplomatieke en politieke aspecten van (een deel van) een organisatie.

Uiteraard dienen managers en beleidspsychiaters samen en in elkaars verlengde te functioneren. Duaal leiderschap is daarom ook gewenst.


Competenties: Canmedstop

De Beleidpsychiatrie heeft als een van haar uitgangspunten het competentiegericht onderwijs en het Canmeds-model, dat ook in Nederland breed is geïntrodudeerd binnen de medisch-specialistische wereld. In de herziening van de opleidingseisen psychiatrie (HOOP) is dit ook gemeengoed.  In de Profielschets Psychiater van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (2005) waren de competenties voor de psychiater al benoemd en enigszins uitgewerkt.

In het Canmeds model worden zeven benodigde competenties van de medisch specialist onderscheiden: medisch handelen, communicatie, samenwerking, kennis en wetenschap, maatschappelijk handelen, organisatie en professionaliteit. Deze brede opvatting ligt ook ten grondslag aan de huidige vernieuwing van de medisch specialistische opleidingen, waarin de volgende algemene, disciplineoverstijgende competenties meer aandacht zullen krijgen: communicatie, samenwerking, maatschappelijk handelen en organisatie.

Het zijn deze eigenschappen die door teams en instellingen worden gevraagd en we daarom ook aantreffen in de advertenties voor psychiaters: ‘communicatief sterk’, ‘samenwerkingsgericht’, ‘maatschappelijk ondernemend’ en ‘een goede organisator’.

Voor de beleidspsychiater strekken de begrippen uit Canmeds niet ver genoeg. Het is noodzakelijk gebleken om 'Beleidpsychiatrische Competenties' te formuleren. Dat is inmiddels gebeurd, zowel hier te lande als internationaal, door de UEMS Z(ie verder)


Beleidspsychiatrische competenties: UEMStop

In een recent artikel van ten Doesschate (TvP) geeft deze de competenties aan die de psychiater-manager in de opleiding dient te verwerven volgens de sectie Psychiatrie van de Union Européenne des Médecins Spécialistes (uems):

1. Tijd en middelen op een zodanig effectieve manier kunnen gebruiken dat er een balans ontstaat tussen patiëntenzorg, inkomsten, activiteiten buiten het werk en het privéleven

Vereiste competenties:
– Prioritering aanbrengen in werkbelasting op basis van ernst, mate van handicap en urgentie.
– Op een adequate manier taken en verantwoordelijkheden delegeren.

2. Op een adequate manier middelen met betrekking tot gezondheidszorg en opleiding kunnen te alloceren

Vereiste competenties:
– De essentiële principes begrijpen van financiën en managementmiddelen.
– De gezondheidszorgstructuur begrijpen op nationaal, regionaal en lokaal niveau.
– In staat zijn het belang in te zien van een juiste allocatie van gezondheidszorgmiddelen en daarbij het evenwicht vinden tussen effectiviteit, efficiency en toegankelijkheid, naast patiëntenzorg.
– Middeleninzet en richtlijnen baseren op evidence.

3. Effectief en efficiënt kunnen werken in de gezondheidszorgorganisatie

Vereiste competenties:
– Leiden en implementeren van veranderingen in de gezondheidszorg.
– In staat zijn tot het plannen van gezondheidszorg, bijv. opstellen van werkroosters.
– In staat zijn effectief te onderhandelen tussen diverse belangen die gepaard gaan met middelenallocatie.
– Evidence-based richtlijnen kunnen implementeren in de klinische praktijk.
– Participeren in clinical audit om voortdurend de kwaliteit van het werk te verbeteren.
– De principes van risicomanagement en clinical governance begrijpen .
– Kunnen omgaan met klachten van patiënten, hun omgeving en de staf.
– Kennis hebben van de belangrijkste wetten die betrekking hebben op de geestelijke gezondheidszorg
– In staat zijn om de persoonlijke ontwikkeling van collegae en andere beroepsbeoefenaars te verbeteren middels effectieve feedback en support.

4 Informatie- en communicatietechnologie (ict) kunnen gebruiken om de patiëntenzorg te verbeteren, alsmede bij- en nascholing middels dit soort media

Vereiste competenties:
– In staat zijn om patiëntgerelateerde databases effectief te gebruiken.
– In staat zijn om ict te gebruiken om daarmee de patiëntveiligheid te bevorderen, zoals registers van fouten en near accidents (fona) en van het gebruik van dwang en drang.
– In staat zijn middels ict informatie te verzamelen en begrip hebben van de basis van medische informatica.


Actuele beleidsthema'stop

Momenteel verandert  de psychiatrie op nagenoeg alle fronten (zie ook eerder). Pychiatrische stoornissen komen frequent voor, veel mensen zoeken ook hulp in de ggz. Er zijn vele en diverse voorzieningen, die niet altijd genoeg samenhangen of samenwerken. Kwaliteitseisen nemen toe. Structuur en financiering veranderen momenteel snel. Bezuinigingen spelen een rol; het kabinet Rutte wil 1,2 miljard euro op het basispakket bezuinigen.

Deze webpagina belicht allerlei aspecten van deze veranderingen en de rol en stijl die van een psychiater worden verwacht in deze turbulentie.


Gezondheidszorg in het regeerakkoord (Rutte) 2010 en verdertop

Beleid volksgezondheid volgens het regeerakkoord van kabinet Rutte (selectie)

* niet complexe zorg moet sneller en gemakkelijk toegankelijk zijn, persoonsgericht, dicht bij de mensen en in kleinschalige instellingen
* Taken van artsen zullen worden overgenomen door verpleegkundig specialisten en verpleegkundigen
* De huisarts moet een deel van de taken van ziekenhuizen gaan overnemen en de bereikbaarheid van huisartsen buiten kantooruren moet verbeterd worden
* Innovatie maakt de zorg beter en soms goedkoper; de financiering dient ruimte te bieden om innovaties snel te bekostigen
* Fusie’s tussen zorgverzekeraars en zorgverleners zullen niet worden toegestaan
* Universitaire medische centra dienen afspraken te maken over welke topreferente zorg wordt verleend
* Er zal 1,2 miljard euro op het basispakket worden bezuinigd
* Winstuitkeringen worden mogelijk
* Het functionele bekostigingssysteem zal worden afgeschaft
* Patiënten die niet komen opdagen moeten betalen voor de kosten
* De verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg gaat naar de gemeenten
* Centra voor Jeugd en Gezin zullen een prominentere rol krijgen

 


Miljoenennota 2012: zorgen om de geestelijke gezondheidszorgtop

De zorguitgaven zullen deze kabinetsperiode veruit het hardste groeien van alle overheidsuitgaven. Dat blijkt uit de Miljoennennota 2012 die sinds donderdag online staat. In absolute termen groeien de uitgaven voor zorg van 61,2 miljard euro dit jaar naar 63,5 miljard in 2012. Aan het einde van de kabinetsperiode zal 74,4 miljard euro naar de zorg gaan.

Daarmee stijgen de zorguitgaven fors sneller dan de economische groei en dat gaat ten koste van andere sectoren. Op dit moment geeft een modaal huishouden gemiddeld meer dan 20 procent van het inkomen uit aan de zorg. Zonder maatregelen zou dat stijgen tot bijna 40 procent. Als de zorguitgaven zo snel blijven groeien vormt dat een bedreiging voor de arbeidsparticipatie en kan het leiden tot welvaartsverlies, zo waarschuwt het Kabinet.

Investeringen

Maatregelen zijn dus geboden, zo valt te lezen in de Miljoenennota 2012. Al eerder maakte het kabinet bekend dat het overschrijdingen terug gaat halen, maar er wordt ook geïnvesteerd. Deze kabinetsperiode gaat het om een bedrag van 15 miljard euro. Dat geld gebruikt het kabinet onder meer om het functioneren van de arbeidsmarkt in de zorg te verbeteren. Een bedrag van 852 miljoen euro gaat naar scholing voor medewerkers. Ook wordt het geld gebruikt voor de inzet van 12.000 extra medewerkers per 2014. Onlangs sloot de staatssecretaris daarover een convenant met de sector.

Bezuinigingen

Bezuinigd wordt er onder meer op het verzekerde pakket. Zo wordt dieetadvisering, gebruik van maagzuurremmers en begeleiding bij stoppen met roken niet langer vergoed. De beweegkuur wordt niet meer in het pakket opgenomen en de vergoeding voor logopedie wordt beperkt.

Ggz en cure

Grote klappers maakt het kabinet met de bezuinigingen op de ggz ter waarde van 576 miljoen euro. Dit zijn niet alleen maatregelen die te maken hebben met de overschrijdingen, maar ook om maatregelen die nog voortvloeien uit het regeer- en gedoogakkoord. In totaal draagt de ggz voor 413 miljoen euro bij aan het terugdringen van de overschrijdingen. In 2009 veroorzaakte de ggz zelf voor 255 miljoen euro aan overschrijdingen. Daarnaast moet de sector voor 158 miljoen euro bijdragen aan de oplossing voor de BKZ-problematiek. Volgens Schippers groeit de ggz veel te hard, wat ook ten koste gaat van het budget voor andere sectoren die onder het BKZ vallen. In het regeerakkoord was een korting van 180 miljoen euro al voorzien.

Eigen bijdrage

De maatregelen die Schippers bekend maakte zijn onder andere een tariefkorting van 222 miljoen euro, eigen bijdrage voor tweededlijns-ggz voor patiënten vanaf 18 jaar en het zelf betalen van no-show in de tweede lijn. Daarnaast wordt een deel van de zorg uit het verzekerde pakket gehaald. De eigen bijdrage voor een verblijf en behandeling in de tweedelijns-ggz kan in het eerste jaar van de behandeling gevraagd worden.

Langdurige zorg

Ook over de herziening van de langdurige zorg wordt al langer gesproken. Donderdag maakte de staatssecretaris de plannen voor het pgb bekend. De budgetten voor het pgb en zorg in natura worden vanaf 2014 samengevoegd. Het kabinet onderzoekt of de toegang tot de AWBZ beperkt kan worden voor mensen met een IQ tussen 70 en 85. De kwetsbaarste mensen in de samenleving moeten wel op goede zorg kunnen blijven rekenen. Zorg en wonen worden in de toekomst gescheiden zodat de AWBZ alleen nog over zorg gaat.

Kwaliteit

Ondanks de bezuinigingen moet de kwaliteit van de zorg de komende jaren verbeteren. Het kabinet gelooft in dat kader sterk in het opstellen van zorgstandaarden. Daarvoor wordt in 2012 het Kwaliteitsinstituut geïntegreerd in het College voor Zorgverzekeringen (CVZ). Het Kwaliteitsinstituut moet in 2013 operationeel zijn, maar volgend jaar worden al een aantal pilots gestart gericht op de ontwikkeling van professionele standaarden. Het Kwaliteitsinstituut zal vanaf 2013 ook de taken van Zichtbare Zorg overnemen. In de langdurige zorg start een experiment met regelarme zorginstellingen.

Veiligheid

De Inspectie voor de Gezondheidszorg krijgt jaarlijks 10 miljoen euro extra in verband met de uitbreiding van het takenpakket. Zo moet de IGZ meer toezicht houden op de zorg voor kwetsbare groepen zoals ouderen. Daarvoor moeten de inspecteurs vaker de werkvloer bezoeken, onder meer door het gebruik van mystery guests. Er wordt straks minder papieren verantwoording afgelegd en de IGZ zet de omslag naar meer proactief toezicht door. Voor het verbeteren van patiëntveiligheid door invoering van veiligheidsmanagementsystemen heeft het kabinet in 2012 3,5 miljoen euro over.

Meer artsen

Volgens het Kabinet zijn vanaf 2025 een kwart meer artsen nodig. Met het oog daarop moeten meer huisartsen en specialisten worden opgeleid. Samen met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap laat VWS momenteel onderzoeken op welke wijze en in welk tempo er vanaf 2012 meer artsen opgeleid kunnen worden. Ook worden hierover gesprekken gevoerd met relevante koepels.

Taakherschikking

Al langer wil het kabinet taken van medisch specialisten naar huisartsen en andere zorgverleners overdragen. Nieuwe beroepsbeoefenaren zoals verpleegkundig specialisten en physician assistants kunnen eenvoudige routinematige taken overnemen. Daarom zijn er meer opleidingsplaatsen nodig voor die nieuwe beroepsgroepen in de zorg. Het kabinet onderzoekt hoe dat betaald kan worden.

Financieel Beeld Zorg

Bekijk alle maatregelen in het Financieel Beeld Zorg, een bijlage van de begroting VWS.

Reacties

Vanuit het veld is inmiddels op de Miljoenennota gereageerd. De NVZ vereniging van ziekenhuizen (NVZ) staat achter de kabinetsplannen in de uitgelekte Miljoenennota. GGZ Nederland en de belangenorganisatie van apothekers KNMP daarentegen voorzien negatieve effecten als de bezuinigingen ten uitvoer worden gebracht. Het Landelijk Platform GGZ (LPGGz), de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) en GGZ Nederland zijn verbijsterd over de maatregelen waarmee VWS-minister Edith Schippers bijna 600 miljoen euro gaat bezuinigen op de geestelijke gezondheidszorg (ggz). Dat schrijven de drie organisaties in een gezamenlijk persbericht.

De drie organisaties kondigen hevige acties aan tegen de plannen van Schippers. De meest stuitende maatregel is de invoering van een eigen bijdrage voor patiënten. Dat zou kunnen oplopen tot wel 425 euro per behandeling, een bedrag dat veel patiënten niet zullen kunnen ophoesten. Een eigen bijdrage alleen voor de ggz is bovendien discriminerend voor mensen met een psychische aandoening en biedt geen oplossing voor de huidige financiële knelpunten in de zorg.

Achterstand

Mensen met psychische problematiek staan in sociaaleconomisch opzicht al op achterstand, zo menen de organisaties. Gemiddeld is het inkomen van deze patiëntengroep 30 procent lager. De ggz vindt het ontoelaatbaar om een forse financiële bijdrage te heffen. Dat neemt niet weg dat de drie organisaties wel een bijdrage willen leveren aan het herstel van de overheidsfinanciën. Zo hebben ze gewezen op een aantal alternatieve mogelijkheden, zoals het vereenvoudigen van de financiering, versterken van de eerstelijns-ggz en meer nadruk op ambulantisering en e-mental health.


Sterke groei geestelijke gezondheidszorgtop

Steeds meer mensen maken gebruik van geestelijke gezondheidszorg (GGZ). In de jaren 2000–2007 nam het volume van de GGZ met gemiddeld 6,4 procent per jaar toe. Dit is circa 3 procentpunt meer dan de gemiddelde jaarlijkse volumetoename van de totale gezondheids- en welzijnszorg. Vooral de ambulante zorg is gegroeid. De jaarlijkse volumetoename was gemiddeld 14 procent; bij klinische behandelingen en deeltijdsessies was de gemiddelde groei 3 procent per jaar.
De uitgaven aan de geestelijke gezondheidszorg zijn gestegen van 2,6 miljard euro in 2000 naar 4,5 miljard euro in 2007. Per hoofd van de Nederlandse bevolking betekent dit een toename van 162 euro naar 275 euro.


Bron: CBS


Managementtop

Management is het bij elkaar brengen van mensen om samen een gewenst doel te bereiken. Management omvat het hebben van een  visie, het maken van een plan (planning), dit (laten) uitvoeren en dit eventueel (laten) controleren en bijsturen. Onderdeel is ook het verzamelen van de benodigde middelen in de vorm van mensen, geld, techniek, grondstoffen, etc.; alles wat nodig is. Bij voorkeur effectief en efficient.

Management kan zowel op persoonlijk gebied betrekking hebben als op organisatiegebied.

Met management wordt niet alleen het proces bedoeld, maar ook de mensen die het uitvoeren; de managers.

 

Op deze Wikipedia pagina (link) wordt het begrip goed uitgelegd


Professionals en managerstop

Managers en professionals hebben in ons land altijd een wonderlijke relatie gehad, vooral in de gezondheidszorg. In bijna alle Nederlandse ziekenhuizen is de relatie tussen de Raad van Bestuur en de medische staf een bron van spanningen en conflicten. Dat is deels bepaald doordat het ziekenhuis en de daarin functionerende maatschappen meestal een veelheid aan aparte rechtspersonen zijn, die met elkaar een contractuele verhouding hebben. Maar ook omdat het ziekenhuis en de medische staf een contractuele relatie (‘overeenkomst’) hebben.
In ziekenhuizen of GGz- instellingen waar de medisch specialist in dienstverband is, daar spelen deze spanningen en conflicten eveneens, veelal zonder dat sprake is van contracten of overeenkomsten (anders dan de individuele arbeidscontracten). In de GGz  instellingen is overigens meestal geen sprake van een medische staf.

Professionals in de gezondheidszorg zijn BIG-geregistreerd en hebben hun eigen kwaliteitsstandaarden, beroepsregister, beroepsaansprakelijkheid en tuchtrecht. De verantwoordelijkheid voor de prestaties ligt bij de professional zelf en niet bij de manager. Hoewel dit een specifieke positie is en daaraan in de managementliteratuur (o.a. Weggeman: ‘Leidinggeven aan professionals: niet doen!’ -2008) ruim aandacht voor is, blijkt niet iedere manager daarnaar te handelen.

Het perspectief van de manager 'leiding geven aan professionals' heeft niets te maken met operationele opgaven, zoals: wat is de diagnose en welke behandeling is geïndiceerd, maar veel meer met randvoorwaardelijke zaken als formatie, budget, huisvesting en opleidingsfaciliteiten. Indien de manager deze rolverdeling niet respecteert dan dreigt er een territoriumoverschrijding waar de professional zeer gevoelig voor is. De professionele autonomie, die wettelijk is vastgelegd, komt dan in het geding en, het woord zegt het al, daarin is de BIG-geregistreerde professional autonoom en niet voor niets.....wettelijk beschermd.

Echter geldt ook het omgekeerde: de professional dient te erkennen dat de manager een eigenstandige functie met bijbehorende taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden heeft: de manager heeft een functiebeschrijving en arbeidscontract, een taakopdracht, mogelijk zelfs ‘targets’ die dit jaar moeten worden gerealiseerd. Het negeren daarvan door de professional of het intreden in het domein daarvan impliceert eveneens een territoriumoverschrijding ervan, waar de manager op zijn of haar beurt weer zeer gevoelig voor kan zijn.

Hoe kunnen we de zorg zo organiseren dat professinals en managers door hun samenwerking (meer) waarde creëren?
Uit de luchtvaart is bekend dat de vliegveiligheid in de wereld aanzienlijk is verbeterd toen de verantwoordelijkheid daarvoor in handen kwam van de hele bemanning en niet meer uitsluitend in die van de gezagvoerder.
Uit de Japanse industrie zijn ook dergelijke voorbeelden bekend: hele groepen werknemers dragen gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van hun producten (kwaliteitscirkels – o.a. Toyota); deze innovatieve wijze van handelen heeft geleid tot decennialange voorsprong in de wereldeconomie van Japanse producten op o.m. audiovisueel en automobiel gebied. Die principia zijn nu wereldwijd overgenomen en geimplementeerd.

Professionals hebben in principe geen managers nodig maar bestuurders die de randvoorwaarden goed regelen. De inhoud regelen ze met hun collega’s. Over de manier waarop ze dit doen volgens hun eigen professionele richtlijnen leggen ze verantwoording af aan de bestuurder en/of externe partijen zoals de Inspectie voor Volksgezondheid.

De vraag is dus waar de complementariteit zit tussen professionals en managers. Simpelweg zou men voor het afdelingsniveau  kunnen zeggen: de professional gaat over de kwaliteit van de zorg- en dienstverlening, de manager geeft leiding, vanuit beheersmatige aspecten. Dat is echter gemakkelijker gezegd dan gedaan. Van Andel en Können geven een aantal voorbeelden hoe spanningen en conflicten tussen professional en manager ontstaan. Hoe dat goed te organiseren? Sleutelbegrippen zijn bezieling (Ofman), gemeenschapsdenken (Bekman) en de holistische visie (Lievegoed). Maar dan zijn we er nog niet: de zorgprocessen moeten worden georganiseerd, gepland en gecontroleerd waarbij de laatste kennis op basis van wetenschappelijke evidentie moet worden geimplementeerd. Idealiter zouden de zorgprocessen moeten zijn (of worden her-)ontworpen volgens de laatste inzichten van 'procesorgaisatie'. Zie aldaar in deze rubriek.

Daarnaast zijn een aantal vaardigheden van de psychiater van belang indien de instelling al te zeer een productiedenken aanhangt: het doorzien van krachtenvelden, onderhandelen en grenzen stellen, helpen conflicten op te lossen, adequaat kunnen reageren op reorganisatie en verandering, timemanagement en steunsystemen benutten zoals intervisie en coaching.

Weggeman (2008) stelt dat de manager de professional moet faciliteren in plaats van hun werkprocessen alsmaar te plannen en te controleren. Dat betekent: zorg ervoor dat ze niet te veel lastig gevallen worden met formulieren, rapportenschrijverij, regels en procedures, dan komt de productiviteit en kwaliteit vanzelf. Waarom?  ‘Omdat echte professionals liever iets goed dan iets fout doen.'

En: 'Natuurlijk horen we de laatste tijd gloedvolle betogen over het afschaffen en verminderen van het aantal regels en procedures maar zelden wordt de vraag beantwoord hoe de coördinatie dan wel geregeld moet worden. Mijn antwoord is: door te sturen op een collectieve ambitie.'

De sleutel ligt volgens Weggeman in ‘dienend leiderschap’. Hij bedoelt daarmee respect hebben voor de kenmerken en eigenaardigheden van professionals, over hun belangrijkste productiefactor: kennis, over een van hun moeilijkste taken: innoveren en over vakmanschap, meesterschap en altijd maar blijven leren.

Omgekeerd: de professional zal respect moeten hebben voor de vakman die de manager is. Hoe dat wederzijds respect te bereiken is niet alleen een zaak van de manager en de professional, maar ook van de organisatie waarin beiden werkzaam zijn,  het leidinggevende niveau erboven, de cultuur. Beiden moeten leren van elkaar te houden. Weggeman geeft een aantal suggesties hoe dat kan worden bereikt vanuit het perspectief van de manager:

Managen van professionals
1. Missie en visie: verbeter het evenwicht: meer collectieve ambitie, minder regels en procedures
2. Strategie: innovatie én operational excellence én klantgerichtheid
3. Structuur: stimuleer grensoverschrijdende samenwerking door te gaan houden van vage en  pluriforme structuren
4. Systemen: stuur niet op het proces maar op de gewenste output; doe dat met behulp van Personal en  Team Commitment Statements
5. Mensen: biedt professionals voortdurend leergelegenheid zodat ze state-of-the-art in hun vak en  betrokken kunnen blijven
6. Managementstijl: inspireer de professionals, ‘be there’, durf te differentiëren, fungeer als hitteschild  voor de 'ruis van boven' en hou van het vak van je mensen

En professionals moeten zich dus de vraag stellen: hoe gaan wij als professionals ‘professioneel’ (als respectvolle en respectabele organisatiegenoot) om met onze managers?


Behandelplan en behandelplanningtop

Definitie: Een behandelplan is een therapeutisch beleidsplan voor één patiënt. Het is tevens een leveringsovereenkomst waarin staat tot welke levering de ene “partij”(de behandelaars) zich verplicht en de andere “de patiënt. Het is geen resultaatverplichting. De geformuleerde doelen dienen als richtinggevende strevingen.
Wat moet erin staan?
1. Algemene gegevens
2. De hulpvraag van de patiënt
3. De diagnose
4. De strategische en operationele doelen, psychiatrisch en somatisch
5. Een taakverdeling. Wie werkt met welke frequentie aan welke doelen en met welke middelen?
6. De tijdsduur van de planperiode
7. Waartoe verplicht zich de patiënt? Opdracht voor zelfwerkzaamheid
8. Evaluatie aan het eind van de planperiode om bijsturing mogelijk te maken: in hoeverre werden de afgesproken doelen gerealiseerd? Kon iedere deelnemer aan het plan zich aan de afspraken houden? Waarom wel en waarom niet?


Zorgprogrammeringtop

Zorgprogramma's zijn te definieren als een samenhangend hulpaanbod voor een omschreven doelgroep.

Met zorgprogramma’s willen organisaties meestal het volgende bieden: een inzichtelijk aanbod,  eenduidigheid, de beste evidente zorg met de hoogste professionele standaard, mogelijkheden tot ontschotting (intern & extern) en laten zien wat ze doen (iets anders is: doen wat ze zeggen)

Doelen van zorgprogramma´s zijn de best mogelijke zorg voor de patient en daarbij duidelijkheid over de organisatie, de financiering en de kwaliteit. Versterking van de positie van de patient is daarbij niet altijd vanzelfsprekend.

Kaders voor zorgprogramma’s door GGZ NL en Trimbos:

Criteria voor de beschrijving van de inhoud van zorgprgramma's zijn : het programmadoel, de doelgroep, de hulpvraag van de cliënt, de activiteiten en modulen, de samenwerking intern en extern

Criteria voor de ontwikkeling van zorgprogramma's zijn: samenwerking  van de instellingen in
zorgketen, b
etrokkenheid cliëntenorganisaties, fasering en evaluatie van het programma , acturle wetenschappelijke kennis, beschrijving van de programmaonderdelen

 

Evidence Based Medicine is een sleutelbegrip bij zorgprogramma's. Het gaat om wetenschappelijke kennis, op professionele (klinische) consensus gebaseerde kennis en ervaringsdeskundigheid.

Zorgprogramma’s gaan verder dan richtlijnen.
Richtlijnen stellen: wat moet ik wanneer en waarom doen? zo
rgprogramma’s: Wat moet ik wanneer doen, waarom,
voor wie, door wie, in welke volgorde of combinatie en hoe lang?

De ontwikkelingsrichting van zorgprogramma’s is steeds meer van een theoretische
exercitie naar een instrument dat wordt gebruikt om de zorg inhoudelijk te
managen. Maar ook een instrument voor organisatorische en financiële doeleinden......

Een zorgprogramma dient vaak meerdere doelen, zowel van de patiënt, de
professional en de instelling. Ook zien we dat zorgprogramma;s de basis gaan
vormen voor meetinstrumenten in de sfeer van uitkomstmetingen, al dan niet
routinematig (ROM).

 

Zorgprogramma’s krijgen betekenis tegen de externe context van marktwerking,
deïnstitutionalisering, pluriforme financiering, deregulering, certificatie en
verantwoording van kwaliteit en prijs. Zij vormen een antwoord op vragen van
cliënten, verzekeraars, overheid naar: wat doet de GGZ eigenlijk? Zij laten
zien hoe wij wetenschappelijk bewezen methodes in praktijk brengen. Zij geven
transparantie: welke kwaliteit voor welke prijs voor welke doelgroep. Zij
worden daarmee een onderhandelingsinstrument in de nieuwe GGZ-context van
marktwerking, deregulering van de AWBZ, loslating van de regiogrenzen.

De veronderstelling daarbij is dat zorgprogrammatisch werken kwaliteitsverbetering geeft.
Dat is overigens op zich niet wetenschappelijk aangetoond.

 

Een probleem is ´papier versus werkelijkheid´. Implementatie van zorgprogramma´s in
Nederland heeft vele jaren gestagneerd. Zij waren vaak niet cliënt-georiënteerd.
Onvoldoende is stilgestaan bij het feit dat de implementatie van
zorgprogramma´s complex en moeilijk is. 
Er is een forse kloof tussen praktijk en kennis.

Drake (2001) stelde dat voor zorgprogramma binnen een organisatie een aantal vereisten zijn : 1. Structuur 2. Overeenstemming, 3. Kennisontwikkeling, 4. Duidelijkheid qua taken,
verantwoordelijkheden en bevoegdheden, 5. Training

Implementatie van zorgprogramma´s dient dan ook te worden bezien vanuit zowel een
organisatorisch perspectief  als een veranderkundig perspectief . Het betreft een complexe verandering (verandering van de derde graad).

-Er is een visie ten aanzien van doel, proces en tijdsplanning van de implementatie en
deze wordt gedragen op de verschillende niveaus in de instelling.

-Er bestaat er een breed gedragen ´Plan van Aanpak, (PvA)’. Degenen die het moeten
uitvoeren, met name de professionals, herkennen zich daarin. De fasen zijn
gemarkeerd en er is een vorm van voortgangsevaluatie op proces en uitkomst. De
verantwoordelijk voor de uitvoering van het PvA (projectmanagement of
lijnmanagement?) is geregeld. Er is gekozen voor hetzij een stap voor stap
benadering hetzij een alles ineens benadering. 

- Randvoorwaarden zijn 
Het beheer is geregeld    
Het onderhoud is toebedeeld   
De toetsing op minimale kwaliteitseisen heeft plaatsgevonden 
De confrontatie van deze kwaliteitseisen met de praktijk heeft plaatsgevonden, de
resultaten hiervan zijn aan alle betrokkenen bekend 
     
Flankerend beleid bij ICT, EPD e.d. is geregeld

De competentie-inventarisatie (kennis, vaardigheden en attitude) tegen de achtergrond van de benodigde
interventies is verricht.

 

Zorgprogramma´s vereisen een actief en effectief samenspel in de organisatie tussen vele
partijen. 
 

Dat begint bij de hoogste leiding in de organisatie, meestal de Raad van Bestuur. Deze heeft als taken 1. vaststelling structuur programma-ontwikkeling, 2. vaststelling zorgprogramma’s, 3. bevorderen en bewaken ontwikkeling, 4. (laten) toetsen


Leiderschap en leidinggeventop

Leidinggeven

De belangrijkste taak van leiders is het beïnvloeden van anderen om plannen te realiseren. Soms gaat het om hun eigen plannen, soms om de plannen van een groep.

Doelen stellen

Door doelen te stellen kun je het gedrag van een individu, groep of organisatie besturen.

Stijlen

Geef je leiding aan een team? Begeleid je individuele medewerkers? Elke situatie vraagt om een andere stijl van leidinggeven.

Motiveren

Motivatie zorgt ervoor dat iemand wordt aangezet tot actie.

Delegeren

Je kunt als leidinggevende niet alles zelf doen. Daarom delegeer je werkzaamheden met bevoegdheden aan medewerkers. Je blijft wel eindverantwoordelijk. Goed delegeren is dus essentieel.

Omgaan met ondergeschikten

Als je net leidinggevende bent geworden, moet je een manier zien te vinden om met je medewerkers om te gaan. Je ondervindt soms dilemma's: hoe formeel moet ik zijn, wanneer moet ik corrigerend optreden en wat doe ik met signalen van onvrede?

Participatief leidinggeven

Bij een participatieve manier van leidinggeven nodig je de medewerkers uit om mee te denken, mee te praten en soms ook mee te beslissen.

Situationeel leidinggeven

De ene medewerker is de andere niet. Bij situationeel leidinggeven stel je de motivatie en de competenties van de medewerker centraal.

Voortgang controleren

Een belangrijk onderdeel van leidinggeven het controleren van de voortgang. Je kijkt dan hoe het gaat. Door te controleren kun je bijsturen en voorkom je fouten. Of nog beter: je bereikt je doel sneller.

Medewerkers beoordelen

Door je medewerkers te beoordelen kun je objectief vaststellen hoe ze functioneren. Zo bent je in staat om, waar nodig, bij te sturen in de richting van de organisatiedoelen.

 

De link geeft de basis begrippen kort weer http://www.carrieretijger.nl/functioneren/management/leidinggeven


Coaching en gecoached worden......top

Coaching

Coaching is een stijl van leidinggeven. De psychiater heeft vaak de impliciete rol van coach. Daargelaten of dit ook van toepassing is op de patientenzorg gaat het ons hier om de coachende rol van de psychiater naar teams of medewerkers. Bekend en meer expliciet is het coachen van aios. Het gaat dan om de meer ervaren aios die niet (meer) geinstrueerd hoeven te worden en een grote mate van zelfstandigheid hebben. Wij laten het coachen van aios hier buiten beschouwing.

Een psychiater kan zich laten coachen. Bijvoorbeeld in het begin van een job of als veranderingen moeten worden doorgevoerd en de psychiater daar (mede) een leidende rol in heeft. Een terzake meer deskundige hoeft niet per se een psychiater te zijn maar het helpt vaak wel.

Het is in de positie van coach nodig om te beschikken over coachingsvaardigheden: het talent om de prestaties en het leervermogen van de medewerkers te verbeteren. Niet door instructies of opdrachten maar door in tweegesprekken talenten en ideeën van de ander boven water te brengen. Er zijn verschillede wijsheden over coaching in omloop. Wij vinden de volgende zeven essentieel voor een explciiet coachingsproces:

1  Duidelijke leerdoelen
De coach en gecoachte gebruiken de eerste bijeenkomst om samen het doel te bepalen. Ze maken een stappenplan met leerdoelen, leerresultaten en planning.

2  De juiste 'klik'
Het moet klikken tussen de gesprekspartners. Coach en gecoachte moeten elkaar respecteren en elkaars meerwaarde zien. Springt er geen enkel vonkje over? Dan is het beter te zoeken naar een betere match.

3  Regelmaat
Het rendement van coaching staat of valt met regelmaat: geregelde bijeenkomsten en tussentijds de gelegenheid om het geleerde in de praktijk te brengen. Tijdens de sessies vindt terugkoppeling plaats en worden vervolgacties uitgezet.

4  Veilig leerklimaat
Bij coaching komen vaak persoonlijke thema's aan de orde. Belangrijk is dat deze onderwerpen in een sfeer van veiligheid en vertrouwen kunnen worden besproken. Een veilig leerklimaat betekent ook dat de opdrachtgever (bijvoorbeeld de baas van de gecoachte) slechts over de hoofdlijnen van het coachingstraject wordt geïnformeerd.

5  Gestructureerde sessies
Een goed coachingsgesprek scheelt uren werk. Voorwaarde is wel dat in de coachingssessie via een duidelijke structuur wordt gewerkt. Het stappenplan voor coaching omvat vier fasen, het doel, de actuele situatie, de opties en de conclusie (zien later)

6  Vragen stellen
Een goede coach vráágt en vraagt dóór. Hij of zij geeft geen instructies, dwingende adviezen of richtinggevende suggesties maar stelt vragen om een maximaal effect te bereiken. De antwoorden leiden tot meer begrip, een hogere motivatie en een beter leerrendement.

7  Resultaten evalueren
Hebben de inzichten die worden opgedaan in de coachingsessies effect in de dagelijkse (werk)praktijk? Die vraag moet steeds centraal staan. Coaching is een middel, geen doel op zich. Coach en gecoachte moeten zich voortdurend rekenschap geven van bereikte en nog te behalen resultaten.

Coaching voor medisch specialisten

Coaching voor medisch specialisten is gebaseerd op
1  de medische competenties volgens Canmeds (2000) en
2  het vier stappenmodel (GROW: Goal, Reality, Options, Wrap up......)

1. Goal: de doelstelling 
Voorafgaand aan de coachingsgesprekken is het focus voor de coaching bepaald. Doelstellingen, werkwijze en de reikwijdte van de coaching worden daarbij afgebakend. De medische competenties volgens Canmeds worden daarbij gehanteerd.

2. Reality: de actualiteit
In welke wersituatie zit de gecoachte, welke competenties zijn hierbij nodig en welke factoren zijn van invloed zijn op het functioneren, de eigen stijl en  het werkplezier. Wat gaat goed, wat zijn de  lastige situaties?

3. Options
Aan de hand van concrete voorbeeldsituaties wordt besproken welke invloed de gecoachte zelf kan uitoefenen op het verloop van diverse situaties. Zo kunnen specifieke competenties verder benoemd en zo nodig ontwikkeld worden.

4. Wrap up (Conclusie):
In de periode tussen de gesprekken kan een en ander in de werksituatie in praktijk worden gebracht. In de volgende bijeenkomst worden de ervaringen geëvalueerd met de coach.

 


Time managementtop

Time management is the act or process of exercising conscious control over the amount of time spent on specific activities, especially to increase efficiency or productivity. Time management may be aided by a range of skills, tools, and techniques used to manage time when accomplishing specific tasks, projects and goals. This set encompasses a wide scope of activities, and these include planning, allocating, setting goals, delegation, analysis of time spent, monitoring, organizing, scheduling, and prioritizing. Initially, time management referred to just business or work activities, but eventually the term broadened to include personal activities as well. A time management system is a designed combination of processes, tools, techniques, and methods. Usually time management is a necessity in any project development as it determines the project completion time and scope.
 
Categorization
Stephen R. Covey has offered a categorization scheme for the hundreds of time management approaches that they reviewed:
* First generation: reminders based on clocks and watches, but with computer implementation possible; can be used to alert a person when a task is to be done.
* Second generation: planning and preparation based on calendar and appointment books; includes setting goals.
* Third generation: planning, prioritizing, controlling (using a personal organizer, other paper-based objects, or computer or PDA-based systems) activities on a daily basis. This approach implies spending some time in clarifying values and priorities.
* Fourth generation: being efficient and proactive using any of the above tools; places goals and roles as the controlling element of the system and favors importance over urgency.
Time management literature can be paraphrased as follows:
* "Get Organized" - paperwork and task triage
* "Protect Your Time" - insulate, isolate, delegate
* "Set gravitational goals" - that attract actions automatically
* "Achieve through Goal management Goal Focus" - motivational emphasis
* "Work in Priority Order" - set goals and prioritize
* "Use Magical Tools to Get More Out of Your Time" - depends on when written
* "Master the Skills of Time Management"
* "Go with the Flow" - natural rhythms, Eastern philosophy
* "Recover from Bad Time Habits" - recovery from underlying psychological problems, e.g. procrastination
More unconventional time usage techniques, such as those discussed in "Where Did Time Fly, include concepts that can be paraphrased as "Less is More," which de-emphasizes the importance of squeezing every minute of your time, as suggested in traditional time management schemes.
In recent years, several authors have discussed time management as applied to the issue of digital information overload, in particular, Tim Ferriss with "The 4 hour workweek",and Stefania Lucchetti with "The Principle of Relevance"
Time management and related concepts
Time management has been considered as subsets of different concepts such as:
* Project management. Time Management can be considered as a project management subset and is more commonly known as project planning and project scheduling. Time Management has also been identified as one of the core functions identified in project management.
* Attention management: Attention Management relates to the management of cognitive resources, and in particular the time that humans allocate their mind (and organizations the minds of their employees) to conduct some activities.
* Personal knowledge management: see below (Personal time management).
Conceptual Effect on Labor
Professor Stephen Smith, of BYUI, is among recent sociologists that have shown that the way workers view time is connected to social issues such as the institution of family, gender roles, and the amount of labor by the individual.
Personal Time Management
Time management strategies are often associated with the recommendation to set personal goals. These goals are recorded and may be broken down into a project, an action plan, or a simple task list. For individual tasks or for goals, an importance rating may be established, deadlines may be set, and priorities assigned. This process results in a plan with a task list or a schedule or calendar of activities. Authors may recommend a daily, weekly, monthly or other planning periods associated with different scope of planning or review. This is done in various ways, as follows.
Time management also covers how to eliminate tasks that don't provide the individual or organization value.
Task list
A task list (also to-do list or things-to-do) is a list of tasks to be completed, such as chores or steps toward completing a project. It is an inventory tool which serves as an alternative or supplement to memory.
Task lists are used in self-management, grocery lists, business management, project management, and software development. It may involve more than one list.
When one of the items on a task list is accomplished, the task is checked or crossed off. The traditional method is to write these on a piece of paper with a pen or pencil, usually on a note pad or clip-board.
Writer Julie Morgenstern suggests "do's and don'ts" of time management that include:
* Map out everything that is important, by making a task list
* Create "an oasis of time" for one to control
* Say "No"
* Set priorities
* Don't drop everything
* Don't think a critical task will get done in spare time.
Numerous digital equivalents are now available, including PIM (Personal information management) applications and most PDAs. There are also several web-based task list applications, many of which are free.[citation needed]

Task list organization
Task lists are often tiered. The simplest tiered system includes a general to-do list (or task-holding file) to record all the tasks the person needs to accomplish, and a daily to-do list which is created each day by transferring tasks from the general to-do list.[8]
Task lists are often prioritized:
* An early advocate of "ABC" prioritization was Alan Lakein. In his system "A" items were the most important ("A-1" the most important within that group), "B" next most important, "C" least important.
* A particular method of applying the ABC method[10] assigns "A" to tasks to be done within a day, "B" a week, and "C" a month.
* To prioritize a daily task list, one either records the tasks in the order of highest priority, or assigns them a number after they are listed ("1" for highest priority, "2" for second highest priority, etc.) which indicates in which order to execute the tasks. The latter method is generally faster, allowing the tasks to be recorded more quickly
* A completely different approach which argues against prioritising altogether was put forward by British author Mark Forster in his book "Do It Tomorrow and Other Secrets of Time Management". This is based on the idea of operating "closed" to-do lists, instead of the traditional "open" to-do list. He argues that the traditional never-ending to-do lists virtually guarantees that some of your work will be left undone. This approach advocates getting all your work done, every day, and if you are unable to achieve it helps you diagnose where you are going wrong and what needs to change.
Software applications
Modern task list applications may have built-in task hierarchy (tasks are composed of subtasks which again may contain subtasks),may support multiple methods of filtering and ordering the list of tasks, and may allow one to associate arbitrarily long notes for each task.
In contrast to the concept of allowing the person to use multiple filtering methods, at least one new software product additionally contains a mode where the software will attempt to dynamically determine the best tasks for any given moment.
Many of the software products for time management support multiple users. It allows the person to give tasks to other users and use the software for communication
In law firms, law practice management software may also assist in time management.
Task list applications may be thought of as lightweight personal information manager or project management software.

Attention Deficit Disorder
Excessive and chronic inability to manage time effectively may be a result of Attention Deficit Disorder (ADD). Diagnostic criteria include: A sense of underachievement, difficulty getting organized, trouble getting started, many projects going simultaneously and trouble with follow-through.
* Prefrontal cortex: The prefrontal cortex is the most evolved part of the brain. It controls the functions of attention span, impulse control, organization, learning from experience and self-monitoring, among others. Some authors argue that changing the way the prefrontal cortex works is possible and offers a solution.

Dwelling on the lists
* According to Sandberg, task lists "aren't the key to productivity [that] they're cracked up to be". He reports an estimated "30% of listers spend more time managing their lists than [they do] completing what's on them".
* This could be caused by procrastination by prolonging the planning activity. This is akin to analysis paralysis. As with any activity, there's a point of diminishing returns.
Rigid adherence
* Hendrickson asserts that rigid adherence to task lists can create a "tyranny of the to-do list" that forces one to "waste time on unimportant activities".
* Again, the point of diminishing returns applies here too, but toward the size of the task. Some level of detail must be taken for granted for a task system to work. Rather than put "clean the kitchen", "clean the bedroom", and "clean the bathroom", it is more efficient to put "housekeeping" and save time spent writing and reduce the system's administrative load (each task entered into the system generates a cost in time and effort to manage it, aside from the execution of the task). The risk of consolidating tasks, however, is that "housekeeping" in this example may prove overwhelming or nebulously defined, which will either increase the risk of procrastination, or a mismanaged project.[citation needed]
* Listing routine tasks wastes time. If you are in the habit of brushing your teeth every day, then there is no reason to put it down on the task list. The same goes for getting out of bed, fixing meals, etc. If you need to track routine tasks, then a standard list or chart may be useful, to avoid the procedure of manually listing these items over and over.[citation needed]
* To remain flexible, a task system must allow for disaster. A disaster occurs constantly whether it is personal or business-related. A company must have a cushion of time ready for a disaster. Even if it is a small disaster, if no one made time for this situation, it can blow up bigger, causing the company to bankruptcy just because of poor time management.[19]
* To avoid getting stuck in a wasteful pattern, the task system should also include regular (monthly, semi-annual, and annual) planning and system-evaluation sessions, to weed out inefficiencies and ensure the user is headed in the direction he or she truly desires.[20]
* If some time is not regularly spent on achieving long-range goals, the individual may get stuck in a perpetual holding pattern on short-term plans, like staying at a particular job much longer than originally planned.[citation needed]
Techniques for setting priorities
There are several ways to set priorities.

ABC analysis
A technique that has been used in business management for a long time is the categorization of large data into groups. These groups are often marked A, B, and C—hence the name. Activities are ranked upon these general criteria:
* A – Tasks that are perceived as being urgent and important.
* B – Tasks that are important but not urgent.
* C – Tasks that are neither urgent nor important.
Each group is then rank-ordered in priority. To further refine priority, some individuals choose to then force-rank all "B" items as either "A" or "C". ABC analysis can incorporate more than three groups.
ABC analysis is frequently combined with Pareto analysis.

Pareto analysis
This is the idea that 80% of tasks can be completed in 20% of the disposable time. The remaining 20% of tasks will take up 80% of the time. This principle is used to sort tasks into two parts. According to this form of Pareto analysis it is recommended that tasks that fall into the first category be assigned a higher priority.
The 80-20-rule can also be applied to increase productivity: it is assumed that 80% of the productivity can be achieved by doing 20% of the tasks. If productivity is the aim of time management, then these tasks should be prioritized higher.
It depends on the method adopted to complete the task. There is always a simpler and easy way to complete the task. If one uses a complex way, it will be time consuming. So, one should always try to find out the alternate ways to complete each task.
The Eisenhower Method


A basic "Eisenhower box" to help evaluate urgency and importance. Items may be placed at more precise points within each quadrant.
All tasks are evaluated using the criteria important/unimportant and urgent/not urgent and put in according quadrants. Tasks in unimportant/not urgent are dropped, tasks in important/urgent are done immediately and personally, tasks in unimportant/urgent are delegated and tasks in important/not urgent get an end date and are done personally. This method is said to have been used by US President Dwight D. Eisenhower, and is outlined in a quote attributed to him: What is important is seldom urgent and what is urgent is seldom important.[citation needed]

POSEC method
POSEC is an acronym for Prioritize by Organizing, Streamlining, Economizing and Contributing.
The method dictates a template which emphasizes an average individual's immediate sense of emotional and monetary security. It suggests that by attending to one's personal responsibilities first, an individual is better positioned to shoulder collective responsibilities.
Inherent in the acronym is a hierarchy of self-realization which mirrors Abraham Maslow's "Hierarchy of needs".
1. Prioritize - Your time and define your life by goals.
2. Organizing - Things you have to accomplish regularly to be successful. (Family and Finances)
3. Streamlining - Things you may not like to do, but must do. (Work and Chores)
4. Economizing - Things you should do or may even like to do, but they're not pressingly urgent. (Pastimes and Socializing)
5. Contributing - By paying attention to the few remaining things that make a difference. (Social Obligations).

Bron: wikipedia


Organisatiestop

op deze link naar Wikipedia wordt het begrip organisatie helder uitgelegd


Organisatiestructurentop

Organisatiestructuur is de wijze waarop taken binnen een organisatie zijn verdeeld en de wijze waarop vervolgens afstemming tussen deeltaken tot stand is gebracht. Het heeft dus te maken met de verdeling van activiteiten over afdelingen en de taken van de werknemers. De organisatiekunde is de theorie van het opzetten van organisaties. De organisatiestructuur kan in kaart worden gebracht met een organisatieschema.
De organisatiestructuur is een hulpmiddel dat ervoor moet zorgen dat een organisatie zijn doelen kan bereiken. Het vraagstuk van de juiste organisatiestructuur speelt met name in grote organisaties. Daar moet men nadenken over zaken als taakverdeling, verdeling van verantwoordelijkheden en van bevoegdheden en daarmee samenhangend over het coördineren van die taken en verantwoordelijkheden.

Om zo’n verdeling tot stand te brengen, moet je een stabiele structuur creëren. Dat vindt plaats door afdelingen te vormen: departementalisatie. Herbert Simon geeft een tweetal decompositiecriteria voor de departementalisatie:
1. de communicatie binnen de delen moet groter zijn dan die tussen de delen onderling (hoe autonomer de groep des te lager de coördinatiekosten)
2. gelijke taken moeten in eigen (functionele) groepen worden ondergebracht.
Het ontwerpen van organisaties kan ook anders beschreven worden, bijvoorbeeld met de theorieën van Mathieu Weggeman. Weggeman maakt een onderscheid naar een zestal "ontwerpvariabelen" voor een organisatiestructuur, te weten: structuur, cultuur, systemen, strategie, managementstijl en personeel. Al deze categorieën moeten meegenomen worden in beslissingen over de organisatiestructuur

Organisatieontwerp betreft de keuze van hoe deel je een organisatie in. Is de organisatiestructuur eenmaal opgezet, dan kun je die structuur beoordelen en beschrijven. Naar organisatiestructuren kun je kijken vanuit verschillende gezichtspunten:
* Juridische organisatievormen
* Organisatiedelen
* Organisatietypen
* Organisatievormen
Juridische organisatievormen
De organisatiestructuur van een bedrijf staat in principe los van de juridische structuur, die bepaald wordt door de rechtsvorm van het bedrijf. De simpelste rechtsvorm is het eenmansbedrijf. Een bedrijf kan ook uit één of meerdere vennootschappen bestaan. Ieder van de types heeft bepaalde rechten en plichten, in de wet is bijvoorbeeld de aansprakelijkheid vastgelegd en de verplichting om al dan niet de jaarresultaten te moeten publiceren.

 


Matrixorganisatietop

De meest voorkomende organisatie in de GGZ en de ziekenhuiswereld is momenteel de grote matrixorganisatie. De heeft zo zijn voordelen en nadelen. In de link staat helder uitgelegd hoe dat komt, je moet alleen in plaats van project 'zorgproces' of 'zorgprogramma' invullen. Hoe dan ook, er is geen eenheid van leiding in een matrixorganisatie en dat geeft problemen............

Dat kunnen we nu wel vaststellen, maar wat is dan de oplossing?

Die is gelegen in een omvangrijke verandering waarin het zorgproces centraal komt te staan.De meeste organisaties zijn daarmee bezig of al een stuk gevorderd. Sommigen denken daarbij dat de matrixorganistie dan afgeschaft moet worden. Dat blijkt niet alleen onnodig maar ook onverstandig. Er ontstaan dan namelijk nieuwe problemen. Anderen denken dat alles in de lijn moet worden ondergebracht. Ook dat blijkt in de praktijk niet mogelijk. Er is dus een hybride structuur nodig waarbij enerzijds duidelijk omschreven organisatorische eenheden onstaan en anderzijds de zorginhoudelijke kennis maximaaal doorwerkt in het zorgproces. En dat zorgproces  dominant is door de benoeming van proces- of programmaverantwoordelijken die vergaande en overstijgende bevoegden hebben.

Zie verder onder procesgericht organiseren


De jaarplancyclus: de klok van de organisatietop

Van zorginstellingen wordt een steeds bedrijfsmatiger aanpak gevraagd. De instellingen zijn groter en complexer geworden, van bestuur en management wordt verwacht dat de kwaliteit van de zorg inzichtelijk is en dat mensen en middelen optimaal benut worden.
Een jaarplan-cyclus is daarvoor een uitstekend instrument.
Werken met een jaarbegroting is voor iedere zorginstelling een bekend gegeven. Een jaarplan voegt daaraan iets toe. Het verbindt namelijk activiteiten en geld. Eenvoudig gezegd: er komen geen posten meer op de begroting waarvan onduidelijk is waarvoor het geld bestemd is. Door activiteiten concreet te benoemen en te budgetteren, kan beter worden beoordeeld of de geplande resultaten bereikt zijn.

Planning & control-cyclus
Een jaarplan is een onderdeel van de planning & control(p&c)-cyclus. De basis daarvoor ligt in het meerjarenbeleidsplan van de organisatie. Het jaarplan vertaalt een deel van de meerjarenstrategie in concrete doelstellingen. Dat is het plangedeelte. Het controleonderdeel moet het verloop van de activiteiten in het geplande jaar volgen of monitoren, evenals de financiële kant daarvan (kosten en opbrengsten). Momenteel is de balanced scorecard daarvoor hét instrument. Hiermee worden gedurende het jaar productie, kwaliteit van zorg, bedrijfsvoering en personeel in beeld gebracht. Zonder het fundament van een jaarplancyclus is dat zinloos en vergelijkbaar met het meten van een te rijden afstand zonder het doel van de rit te weten.

Jaarplancyclus in vier seizoenen
De meeste zorg-instellingen werken met een jaarplancyclus met per seizoen terugkomende activiteiten. In het voorjaar wordt een kader- of beleidsbrief uitgebracht. Hierin laat de leiding zien:
- hoe het voorgaande jaar is verlopen (met name of gestelde doelen zijn behaald),
- welke nieuwe doelen worden gesteld op hoofdlijnen (gerelateerd aan het langeretermijn-beleid),
- wat de kaders zijn in de budgettaire sfeer.
In de zomer maken de organisatieonderdelen hun eigen plan, op basis van de gegeven inhoudelijke en budget-taire kaders. Het primair proces geeft zijn ambities voor het komende jaar aan en de clusterondersteuning laat zien hoe die doelen te verwezenlijken. Tijdens het volgende seizoen worden de plannen aan het topmanagement voorgelegd. Na een beoordeling van de activiteiten (passen ze binnen het kader?) wordt onderzocht of het geheel sluitend is te exploiteren. Vaak is een aantal overlegrondes nodig, voordat alle plannen passen binnen de afgesproken kaders.


Demografie en epidemiologietop


Ontwikkelingsfasen van een organisatietop

Deze ontwikkelingsfasen beschrijven grofweg de fasen die een organisatie zal doorlopen om tot volwassenheid te komen, waarbij alles uiteindelijk optimaal geregeld is en werkt. Een ideaal? In elk geval nastrevenswaardig! Het INK model (zie verder) hanteert daarvoor de volgende vijf ontwikkelingsfasen: iedere volgende fase veronderstelt het succesvol zijn in de vorige fase!

1. Activiteit georiënteerd
Het gaat hierbij om de kwaliteit in de eigen werksituatie, waarbij iedereen streeft het werk zo goed mogelijk te doen
2. Proces georiënteerd
Men beheerst de afzonderlijke stappen in het werkproces. De bijbehorende taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden liggen vast
3. Systeem georiënteerd
Op alle niveaus wordt gewerkt aan een continue verbeterslag. Men is erop gericht om problemen te voorkomen in plaats van te verhelpen
4. Keten georiënteerd
Samen met partners wordt gestreefd naar een maximale toegevoegde waarde
5. Transformatie georiënteerd
De strategie is erop gericht om als bedrijf bij de top te horen en zich voorturend en snel aan te passen aan de wisselende interne en externe omstandigheden

 

 

 


Raad van Toezichttop


GGZ-beleid Internationaaltop


GGZ-beleid Nationaaltop


GGZ-beleid Nationaal - Branchevereniging voor GGZ-instellingentop


GGZ-beleid Nationaal - Fondsentop


GGZ-beleid Nationaal - Overheidsbeleid en adviesorganentop


GGZ-beleid Nationaal - Patiëntenverenigingen en -participatietop


Human Resources Managementtop

Iedere psychiater heeft te maken met medewerkers. Of je nu leiding geeft of niet. Er komt veel kijken bij het personeelsbeleid. Medewerkers kunnen een organisatie immers maken en breken. Selectie, motivering, arbeidsvoorwaarden, wetgeving, zeikteverzuim, pensioen; het zijn maar een paar voorbeelden. Deze link geeft inzicht in de vele aspecten van personeelsbeleid dat tegenwoordig niet voor niets: 'human resources management' (HRM) wordt genoemd. In de zorg zijn de medewerkers immers de belangrijkste 'bron', anders gezegd  'productiemiddel'.


Kosten van de GGZtop

In 2009 waren de uitgaven aan ggz zo'n 5,5 miljard euro en werkten er ongeveer 86.000 mensen in de sector. Er werden 859.000 patiënten behandeld, waarvan zo’n 70 procent tussen de 18 en 64 jaar oud. Bij volwassenen waren de meest voorkomende diagnoses: persoonlijkheids- en gedragsstoornissen, stemmingsstoornissen en neurotische stoornissen.

Op 31 december 2009 stonden er 101.000 cliënten op de wachtlijst. Ruim 70 procent van hen wacht korter dan de norm voor maximaal aanvaardbare wachttijden (Treeknormen).

Bron: deze cijfers zijn afkomstig uit het Sectorrapport ggz 2010, dat onlangs is uitgebracht (zie link).


Kwaliteit, richtlijnen, kwaliteitssystementop

Kwaliteit van zorg is vaak een loze kreet die bovendien te pas en te onpas wordt gebruikt. De Nederlandse psychiatrie kent over uiteenlopende onderwerpen richtlijnen voor de beroepsgroep van psychiaters; ook zijn er multidisciplinaire richtlijnen. Deze richtlijnen bevatten in het algemeen algoritmes die behulpzaam zijn om te handelen in het individuele geval. Zijn wij daarmee tevreden? Ja en nee. Het is goed dat er richtlijnen zijn, deze vormen de basis voor het handelen. Afwijken van de richtlijn dient beargumenteerd te worden. Het toepassen van de richtlijnen is inmiddels een vast onderwerp van de kwaliteitsvisitatie van de NVvP geworden (zie later). De vrijblijvendheid die lang heeft bestaan is daarmee grotendeels verdwenen. De toepassing van behandelrichtlijnen zegt echter weinig over de totale kwaliteit van zorg in een instelling. Deze wordt immers mede bepaald door
1. snelheid waarmee hulp wordt geboden
2. de toegang tot allerlei aspecten van zorg, bijvoorbeeld goede verpleegkundige zorg, de kwaliteit van het diagnostisch onderzoek, de perceptie van de zorg door de patiënt, de familie, de behandelaar en
3. de uitkomst van het zorgproces: de verbetering van het functioneren en de kwaliteit van leven, de minimalisering van sociale en economische schade in samenhang met reductie of stabilisatie van de symptomatologie.
Het wordt het steeds belangrijker om kwaliteit in maat en getal uit te gaan drukken. Deze vraag komt van de zijde van de zorginstellingen zelf, patiënten, verwijzers, verzekeringen alsmede de overheid.
Een klinisch raamwerk voor kwaliteitsmeting dient te voorzien in een stelsel van indicatoren voor de kwaliteit van gezondheidsplannen, -voorzieningen en -systemen.
Daarbij is een onderscheid van belang naar specifieke populaties zoals ouderen, langdurig zorgafhankelijken en ontwikkelingsstoornissen.

Ook is onderscheid van belang naar verschillende diagnostische categorieën zoals stemmingsstoornissen, schizofrenie en verslavingen.
Dimensies in een dergelijk systeem zijn toegang, effectiviteit, perceptie van de geboden zorg en de uitkomst ervan. De vraag is nog of preventie moet worden opgenomen.

Voorbeelden van indicatoren: bij het kwaliteitshoofdstuk ‘toegang tot behandeling’, paragraaf ‘psychotherapie’ kan als doel worden gesteld, dat patiënten met een borderline personality disorder (BPD) een psychotherapeutische behandeling kunnen krijgen. De bijbehorende indicator is dan: ‘toegang tot psychotherapie voor patiënten met BPD’.
Een voorbeeld van een andere indicator is: ‘de beschikbaarheid van ECT voor patiënten die daarvoor geïndiceerd zijn’.

De kritiek op de kwaliteit van de ggz staat enerzijds in relatie tot de perceptie bij relevante partijen van de weinig transparante rol die de sector speelt op de gebieden volksgezondheid en arbeidsproductiviteit. Men spreekt wel van het ‘Mentaal Kapitaal’ van ons land. Anderzijds heeft de kritiek als oogmerk de oplopende kosten die ontstaan door de groei van de sector.
De ggz zat niet stil: gedurende de laatste jaren zijn voor de meeste stoornissen zorgprogramma’s ontwikkeld, gebaseerd op recente, multidisciplinaire richtlijnen en een stapsgewijze benadering van de klachten. Routinematige monitoring van behandelresultaten, zowel op individueel cliënt- als op doelgroepniveau, maakt in bepaalde ggz-instellingen al deel uit van de interne verantwoording van het kwalitatieve en bedrijfsmatige handelen. Certificatie, INK model, Kwaliteitsindicatoren zijn bekende begrippen geworden. Het staat vast dat in de (toekomstige) onderhandelingen met de zorgverzekeraars deze gegevens per doelgroep over tafel (zullen) gaan en het vergelijkingsmateriaal vormen voor het al dan niet aangaan of voortzetten van overeenkomsten, de prijs voor de ‘producten’ en de toekenning van budgetten.

Een voorbeeld:
De richtlijncommissie bipolaire stoornissen (2009) vond het belangrijk suggesties voor kwaliteitsindicatoren te geven
Structuurindicatoren:
–       het hebben van een vaste behandelaar: het percentage patiënten met een vaste psychiater of casemanager; (dit zou ook beschouwd kunnen worden als een procesindicator)
Procesindicatoren:
–       regulier contact met betrokkenen: hoe en hoe vaak de omgeving van de patiënt bij de behandeling betrokken wordt;
–       regulier contact met de vmdb(de patientenvereniging), bijvoorbeeld het aantal keren per jaar dat er contact is met de regionale contactpersoon van de vmdb;
–       gebruik van meetinstrumenten: bijvoorbeeld het percentage patiënten met een bijgehouden lifechart;
–       psycho-educatie: het percentage patiënten dat een psycho-educatiecursus heeft gevolgd;
–       noodplan: het percentage patiënten met een actueel noodplan;
–       farmacotherapie: het percentage patiënten dat ingesteld is op onderhoudsbehandeling volgens de adviezen in de richtlijn;
Uitkomstindicatoren:
–       remissie: het percentage patiënten zonder episoden of zonder heropnamen in een jaar (vastgelegd met een meetinstrument);
–       ernst van (rest)symptomen en comorbide problemen (gemeten met een meetinstrument).


Raad van Bestuurtop


Structuur, organistie en financiering van de GGZtop

*Circa 40 regionaal geordende en grotendeels regionaal georiënteerde, ‘geïntegreerde’ instellingen ( drie kwart van de totale ggz-uitgaven)
* circa 30 doorgaans kleinere zelfstandige, in specifieke doelgroepen gespecialiseerde instellingen
* circa 40 Psychiatrische Afdelingen van Algemene Ziekenhuizen
* circa 20 zelfstandige Ribw´s
* enkele zelfstandig gebleven Riagg´s en Algemeen psychiatrische ziekenhuizen
* bijna 3000 zelfstandig gevestigde psychiaters, psychotherapeuten en (eerstelijns) psychologen